donderdag 18 juni 2020

Mijn Trouwdag

Lieve vrienden, 

Zojuist zag ik op Facebook een foto van een bruidswinkel in Amsterdam, waar ik als meisje altijd wegdroomde voor de etalage. Als kind zie je die roze wolk steeds maar groter worden, totdat het moment daar is. 

Dit jaar is het in oktober 45 jaar geleden, dat manlief en ik in het huwelijk traden. 

Spannend hoor, de tijd eraan voorafgaand. De flat opknappen, meubels uitzoeken, een trouwdatum prikken en een locatie voor de receptie uitzoeken. 
Wie kwamen er op de gastenlijst en wie niet? 

Voor mij het allerbelangrijkste: het uitzoeken van de trouwjapon. 
Ik kocht in een opwelling, een prachtige zalmkleurige hoed met een geweldige organza rozencorsage erop. 

Iedereen trouwde immers in een “Holly Hobbie”jurk en misschien was dit passend bij een dergelijke jurk, hoewel zo een jurk absoluut niet bij mij paste. Een jurk, die ik ook bewust geen japon noem. 

Op een mooie dag ging ik samen met mijn moeder even in het Utrechtse Hoog Catharijne bij een bruidswinkel kijken en daar zag ik mijn droomjapon. 
Theebeige met plissé mouwen en sleep en afgewerkt met kant langs de hals en in de taille. 
Een plaatje. Maar ja, die prachtige sleep.... en daarbij dan die hoed. Het paste echt niet bij elkaar. 

Dus toch maar niet. We gingen maar eens kijken bij Els Hillenius in Haarlem. 
Warempel, daar vond ik mijn droomjapon. Bijna hetzelfde als in Utrecht, maar dan wit en zonder sleep. Omdat ik toen zo mager was, moest hij aan alle kanten bij elkaar gehouden worden, zodat ik hem kon passen. Uiteindelijk werd een maatje 34 voor me besteld, In Parijs. Ja, het mocht wat kosten. Ik betaalde hem tenslotte zelf en verdiende goed. 

Oh jee, die hoed. Mijn hemel, dat kon echt niet. 
Dus Els bestelde voor mij een plissé pillbox (hoedje) met daaraan vast een sluier. 
Na een zestal weken kon ik de japon komen passen. 
Helaas was ik toen ziek. In de tussentijd had ik namelijk ergens in Verweggistan een tropische darmaandoening opgelopen en de kilo’s waren er weer eens afgevlogen. 

Gelukkig kon ik een paar weken later wel passen. Veel te ruim. Maar dat kon ingenomen worden. Het was een fantastisch geheel. Japon, hoedje. Nog witte schoenen en ik was klaar. Tsja, witte schoenen…. dat was in die tijd een dingetje. Gelukkig vond ik 1 paar in mijn maat. 
De dag voor de grote dag, besloot ik spiritus in de schoenen te gieten en ze aan te trekken om ze uit te lopen. Toen gebeurde er iets vreselijks. De leren voering van de schoen trok door naar de buitenkant en de schoenen vertoonden okergele kringen, die er niet meer uitgingen. 
De volgende morgen moest ik al vroeg naar de kapper in Amsterdam en mijn moeder bracht radeloos mijn gele schoenen naar de winkel. De vriendelijke winkelier heeft ze witgeverfd en ze waren precies op tijd droog. Zelf was ik in de straat van mijn kapper, met mijn pillbox met sluier al op mijn hoofd bevestigd, een schoenenzaak binnengelopen. Grote hilariteit op straat en in de winkel natuurlijk en daar kocht ik voor weinig een paar zilverbrokaten slofjes. Uiteindelijk het succes van de dag! 
Tevreden in mijn rode fiatje naar Beverwijk gereden. Bij ieder stoplicht werd er getoeterd naar de bruid achter het stuur. 

Wat ik niet wist, was dat manlief bij het jacket verhuurbedrijf, in Haarlem, de verkeerde maat broek kreeg. Hij kwam tot z’n kuiten. Ook dat probleem werd op het allerlaatste moment verholpen. 
Toen kon er niets meer fout gaan dachten we, onafhankelijk van elkaar. 

De bestelde witte Mercedes trouwauto, zou versierd worden met roze rozen. Net als in mijn boeket. 
Toen de auto met mijn bruidegom voor de deur van mijn huis stopte, kwamen de tranen. 
De witte auto was jammer genoeg niet beschikbaar, dus kwam er een okergele taxi met zwart dak en oranje bloemen. 
Al met al, werd het een dag met een okergeel randje. 
Maar wel de eerste dag van een gelukkig huwelijk dat nu al bijna 45 jaar duurt. 

En okergeel? Nog steeds een kleur die mij vrolijk maakt. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

woensdag 17 juni 2020

Actie voeren

Lieve vrienden, 

De afgelopen week zagen we vele malen de beelden van demonstraties. Black Lives Matter. Ja natuurlijk, denk ik dan, IEDER leven doet ertoe. 

Maar er viel me iets op. Iets geks. De blanke demonstranten zijn vooral meiden. Jonge meiden. Studentes. 
Waarom zou dat zijn? 

Zou het komen, doordat ze zich eindelijk aan het ouderlijk gezag ontworsteld hebben en zich willen doen gelden? 
Laten zien en horen, dat ze ergens een mening over hebben. 
Laten weten: ik was erbij? 
Want ook de selfies van de demonstranten waren niet van de lucht. 

Bijzonder, dat ze zo trots zijn op hun recht op demonstreren, dat ze er een selfie van maken. 
Die foto gaat nooit meer van internet af. Ik zag hem op Social Media, 
en of dat nou altijd een voordeel is? 
De toekomst zal het leren. 

Maar meiden, zullen jullie ooit terugkijken en zeggen: ik was erbij? 
Want hoe zie je jezelf over dertig jaar? Je demonstreert voor het in jouw ogen goede doel. 

Maar het feit, dat je demonstreerde, kan ooit tegen je werken. 
Ik prijs me zalig, dat er in mijn jonge jaren geen Instagram enz. was. 

En dan de Greta’s van deze wereld. Het zit vast in de naam. Want ik denk meteen aan Gekke Greetje, zoals Youp ooit Gretta Duisenberg noemde. 
Het zijn actievoerders pur sang. 
Milieuactivisten, die een mening niet alleen uiten, maar deze ook aan anderen op willen leggen. De wereld bewust maken van hun gelijk. 

Vroeger werd er gedemonstreerd tegen kernenergie, nu zou het weleens DE oplossing kunnen zijn voor vele milieumaatregelen. 

Hoe komt het toch, dat de meeste vegetariërs vrouw zijn? 
Lief, schattig, eet ik niet...
Zo lief en schattig dat het in een hok in tuin of op balkon terecht komt, in plaats van in het wild. Echt, dat begrijp ik dan weer niet. 
Als ik beelden uit de vleesverwerkende industrie zie, word ik onpasselijk en denk ik: geen vlees meer! Maar dan denk ik aan een sateetje van de haas en eet ik morgen weer vlees hoor. 
Inconsequent is het zeker, maar ik vind het bij tijd en wijle nou eenmaal lekker. 

Het blijft ook een vraag voor mij, waarom zoveel vrouwen last hebben van gluten of lactose intolerantie. Hoorde je vroeger toch nooit? 
En dan heb je ook nog de veganisten. 

Wil je reserveren bij een restaurant, vraagt degene die erover gaat zal ik maar zeggen, of er nog dieetwensen zijn. 

Moet zo een wicht zeggen: 
“Ik heb gluten en lactose intolerantie en ik eet veganistisch”. 

Nou, dan zeg je als restauranthouder toch alsnog:

“Ach helaas, ik zie dat we volgeboekt zijn”. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder 


dinsdag 16 juni 2020

Wie ben ik?

Lieve vrienden, 

Vandeweek vroeg iemand aan me of ik mijn lariekoekjes uit boeken haal. 
Nee hoor, ik schud ze uit mijn herinneringen. Mijn geheugen zit vol met trefwoorden, geuren en kleuren. Meestal positieve, soms ook negatieve herinneringen zijn opgeslagen onder een bepaalde noemer. En daarop berust mijn persoonlijkheid. Degene die ik echt ben. Ook zei iemand anders, dat ze me van een heel andere kant leert kennen. Dat het totaalbeeld veranderd is. 

In de verplichte retraite, die het virus ons oplegde, ben ik weer meer mezelf geworden. Hoewel ik dat meestal ben, zien mensen mijn echte IK niet. 
Lichaamstaal, ik zag vrijdag deze kop boven een artikel in de digitale T staan. Het bracht mij terug naar mijn cursus. Vriendin zei meteen, dat zij het boek jaren in de boekenkast had staan, door mijn enthousiaste verhalen. Ze vond het nu jammer dat het kwijt was. Andere vriendin maakte foto van artikel in de T. 

Maar het is geen plagiaat. Het steekwoord gaf mij inspiratie en bracht mij ruim 45 jaar terug in de tijd. Zo oud? Ja! Het artikel gaf mij een aanvulling. 

Als ik in mijn herinneringen opslag duik, begin ik met geuren. 
Geur….
Het Maja parfum. WALGELIJK!!! 
Letterlijk. Ik had een schooljuffrouw, die de geur om zich heen had hangen. Ze camoufleerde daarmee de geur uit haar mond, die je rook als je dichtbij kwam. 
Door mijn perfectionisme en onzekerheid, had ik als klein meisje, problemen met naar school gaan. 
Op iedere hoek van de straat moest ik kotsen. Dan kwam ik de school binnen en daar was de geur van het “stinkie” (camouflage Maja) van juf. Camouflage van de slechte eigen verzorging. Niet gedoucht, geen tandjes gepoetst. 

Nu, kom ik nog weleens ergens, waar Maja in trek is. Vandaag de dag nog steeds. Doe ik de deur open. Daar hangen jassen met DE geur. Dan heb ik de neiging om rechtsomkeert te maken. 
Ik moet ervan kokhalzen. 

Is er Maja in mijn huis geweest en mijn zoon komt, roept hij: “Getver, het ruikt hier naar bejaard”. Echt, ook hij heeft dat. 

Gloria Vanderbilt. Ook zoiets. Bah, bah, bah!
Chrystal van Chanel brengt me terug naar een ziekenhuis opname, bijna 40 jaar geleden. 

Ik gebruik zelf een geurtje, dat weinig mensen kunnen ruiken. Maar als iemand het wel ruikt...Daarvoor ben ik zeker al honderd keer op mijn schouder getikt: “Mevrouw, mag ik u iets vragen? Welk geurtje gebruikt u? Het ruikt zo lekker”. 
Ik moet bekennen dat ik het zelf ook zo ontdekt heb. Mijn gezinsleden ruiken het geen van allen. Vreemd hè. Ja, het is een niche geur. Slechts op enkele plaatsen in Nederland te koop. 

Zweet…. Dan zei mijn moeder:” Die mevrouw in de paskamer hiernaast heeft hutspot gegeten”. Dus ik lust geen hutspot. Vanwege de geur. Zo vies. Dan zegt iemand: “Ik ben op de fiets” en denk ik: dat ruik ik. Moet je nagaan als iemand een zweetlucht probeert te verdoezelen met Maja. Dat trek ik niet. Echt niet. 

Er is nog een geur, die ik niet trek. Ik weet niet hoe hij heet, maar in zwang bij jonge meiden. Dikwijls gekleed in synthetisch spul. Daar blijft het zo lekker in hangen. 

Afbeeldingen......
Een foto van een gebakken ei, doet mij het water in de mond lopen. Zo ook een afbeelding van een bord met Pasta Vongole. 
Ach, ik heb een vreemde stijl. 
Stijl....

Wat betreft kleding, ik kan bij wijze van spreken op een jurk van een goedkope winkel een sjaal dragen, die een veelvoud van de jurk kost. Daarmee geef ik er m’n eigen draai aan. “Het hoeft niets te zijn, als het maar wat lijkt”, is een gevleugelde uitspraak van mij. 

Als iedereen het huis inricht met Riviera Maison spullen, hoef ik het niet. 
De hedendaagse bewondering voor retro meubels en behang. VRESELIJK!!! Ik kan het niet verklaren, maar ik vond en vind het niet mooi. Krijg er een raar gevoel van in de maag. Geef mij maar spullen van mijn overgrootmoeder en ik zet er iets van de kringloop naast. 

Boeken....
Ik lees veel boekrecensies en weet dan intuïtief of het iets voor mij is. Hoor ik iemand weer eens praten over de boekenserie “de Zeven Zusters” dan wil ik het niet lezen. 
Niet mijn ding, lezen wat iedereen leest. 
Maar zie ik iets over een bekende plaats in Italië of de buurt waarin ik opgegroeid ben, dan wil ik, nee moet ik het lezen. Krijg ik soms ook nog contact met de schrijfster. Kijk, dat vind ik nou bijzonder. Daarom lees ik graag boeken van Nederlandse schrijvers. 

Tsja. En dan krijg ik een boek kado......goh, ken ik niet. Ja, ik heb gehoord dat het goed is…. Dan wil ik heel hard roepen: “Ik heb al een boek! “

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. 
Over smaak valt niet te twisten hoor. Maar ik voel me senang met m’n eigen dingetjes. 

M’n tuin….
Nooit aangelegd door een tuinarchitect, maar uit mijn brein ontsproten met als basis de grote, zeer oude bomen. Bomen met een verhaal, aangevuld met een stukje fantasie van mezelf. Tikkie van dit, stukje van dat. Daar iets hoger, hier wat lager. 
En dan laat ik het gebeuren. En verdomd, het wordt zoals ik hoopte. 

En zo, met mijn eigen dingetjes om me heen, ben ik blij dat ik in deze tijd echt mezelf kan zijn. 

Wat ik wil delen, deel ik. 
Wat ik niet wil vertellen, vertel ik niet. 

Dus laat me mijn eigen gang maar gaan en ik schrijf wat er in mij opkomt bij het lezen van een steekwoord of het ruiken van........?
Toen ik dit lariekoekje aan manlief voorlas, liet hij mij een artikel in de NRC lezen. Over de neus. Toeval! Ik had het niet gezien, laat staan gelezen. Ik leerde hieruit dat een ongeboren baby al geuren kan ruiken. Vandaar dat ik de geur van sinaasappel zo fijn vind. 
En dat een geurtje vermengd met de eigen lichaams- geurmoleculen, ieder mens z’n unieke geur geeft. 
Het verklaart, waarom ik “Het Parfum” van Patrick Süskind, nog steeds het beste boek vind, dat ik ooit las. 

Ik heb al een boek! 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder 




Asperges

Lieve vrienden,

Omdat het wat betreft het seizoen nog net kan, wil ik graag een gedicht met jullie delen van Jacques en Richarda Roosebrand van restaurant 
“Les Quatre Canetons”

Een vriendin deelde het met mij en ik vond het te leuk, om niet naar jullie door te sturen

“Aspergelief, aspergeleed...”

Ik lig met jou in hetzelfde bed,
wij slapen wel rechtop,
jij steekt er net iets bovenuit,
nog net geen blauwe kop.

Stapel ben ik op jouw lijf,
dat mag je nu best weten,
ik vind je echt een reuze wijf,
gewoon om op te vreten.

Ik droom de hele lange nacht
aan een stuk door van jou,
ik zie een maagdelijk witte bruid,
klaar voor de ondertrouw.

Maar dan wordt plots die droom verstoord,
van schrik staan we stokstijf,
het gebeurt op klaar verlichte dag,
een mes gaat in ons lijf.

We worden in een kist gelegd,
en snel daarna gewassen,
mijn rug is krom, de jouwe recht,
jij bent van eerste klasse.

Nog even zijn wij bij elkaar,
daarna zal het nooit meer lukken,
want jij gaat naar het buitenland
en ik kom bij de stukken. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

zondag 14 juni 2020

Lichaamstaal

Lieve vrienden, 

In het land van ooit, volgde ik bij de KLM een sociale-vaardigheidstraining. 

Deze vijfdaagse cursus werd gegeven op basis van het boek: I’OK, You’re OK. 
Een boek uit 1967 en op de Best Seller list van The New York Times gekomen in 1972, tot 1974. 

Alle cursisten verbleven gedurende de training in een hotel in Badhoevedorp. 
We waren met een groep van acht. Twee vrouwen en zes mannen. Daarbij nog twee trainers. 

Met behulp van theorie en rollenspellen, leerden we wat de lichaamstaal van een persoon inhoudt. 

We leerden deze taal te lezen en te spreken. 

Het was een cursus, die mij veel inzicht heeft gegeven in de bedoeling van de medemens, met wie ik te maken had. Zo leerden wij om te gaan met allerlei onverwachte situaties in zowel werk als privé. 

Jaren heb ik de voorbeelden bewust in mijn doen en laten toegepast. 
Totdat het een automatisme werd. Een interessante leer, die van de lichaamstaal. 

Tegenwoordig weet men dat de lichaamstaal vanuit de hersenen komt. 
De rechterhelft van het lichaam staat in verbinding met de linkerhersenhelft. De rationele kant. De persoonlijke emoties in de rechterhersenhelft worden geprojecteerd op de linkerhelft van het lichaam. Zo las ik in een krantenartikel, dat bij iemand met veel stress, het linkeroog in de loop der jaren kleiner wordt, dan het rechter. Typisch toch?

Kun je de lichaamstaal van de ander lezen, dan weet je dat de persoon tegenover je het hoofd naar links draait en je dus met het rechteroog aankijkt, als hij (of zij) jouw informatie goed wil opnemen en analyseert. 
Met de kin omhoog betekent: “Wat moet je? “
Wanneer degene tegenover je met over elkaar geslagen armen zit, betekent het zoiets als: lul maar tegen m’n kont, want m’n kop is ziek. De persoon sluit zich af en zal zich niet snel conformeren aan jouw mening. 

Hetzelfde geldt voor over elkaar geslagen benen. Dicht, niet open voor informatie. 
Leunt de persoon ontspannen naar voren, dan is hij geïnteresseerd in jouw mening. 

Lichaamstaal. Ieder mens zendt onbewust signalen uit. 
Het uitzenden van deze signalen kun je niet leren. Het gaat vanzelf. 
Leren om ze te lezen kun je wel leren. 

Ik ben blij dat ik ooit die cursus van de KLM volgde. Behalve bevriende collega’s heeft het me veel mensenkennis opgeleverd. 

De lichaamstaal van de gesprekspartner maakt me vaak waakzaam. Wanneer ik spreek in het openbaar, kijk ik naar mijn toehoorders en zie ik, of ze me willen “verstaan”.

Lichaamstaal maak, dat ik op mijn hoede ben. 

Behalve bij de kleine groep mensen, die echt eigen zijn. Die ik vertrouw. Daar hoef ik niets aan te lezen. Pas als ze anders doen, begin ik me af te vragen wat er is. Andersom is dat ook zo. “Mam, is er iets?” vraagt mijn zoon dan. Dan roept de veranderde lichaamstaal ons gewoon bij de les. Zoals ik dat bij de meeste “vreemden” ben. Oplettend. 

Maar in huiselijke kring gaat over het algemeen alles vanzelf. Zijn we allemaal onszelf. 

Daar ken ik het boek van ieder lijf. 
Daar kan ik zeggen:

“I ‘m OK, You’re OK”

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder


zaterdag 13 juni 2020

Grande Buffet

Lieve vrienden, 

We zijn met handen en voeten gebonden aan de beperkingen van de regelgeving omtrent het C-virus. 
We zullen dus afscheid moeten nemen van het buffet. 

Het in Nederland zo geliefde buffet. Nederland houdt niet alleen van Oranje, maar ook van Aanvallen!!!!! 

Echt, iemand heeft een buffet georganiseerd bij een feestje of er is een all you can eat buffet in een hotel en zodra het kan, rent men erop af en schept en schept en schept.... totdat er een kop op het, tot de rand gevulde, bord zit. 

Echt, men is bang dat er straks niets meer is. 
De paling ligt over de fricandeau en de rauwe ham op de gerookte zalm. Dan nog een kletsertje sladressing erover en dan aftoppen met een berg stokbrood en een lik kruidenboter en een schep aiioli. 

Men zit te schransen als Gijs. Je weet wel, die Hollebolle. 

Opeens wordt er omgeroepen dat het buffet met hoofdgerechten geopend is. 

Uh? Hoofdgerechten????

Ach, ach, de onwetende volgestouwde lijven, wankelen naar de dampende heerlijkheden. Die tussen verlepte slablaadjes en kwakjes aardappelsalade geplaatst zijn. 
Opnieuw werpt men zoveel mogelijk op het bord. Opnieuw liggen er frieten naast de schalen en een bolletje ijs wordt al naast de saté gemikt. En passant nog een stukje Camembert meescheppend. 
Gelijk een scène uit la grande bouffe. 

In de NRC las ik een artikeltje over het buffet. 
Daarin las ik dan ook, dat recentelijk in Japan met ultraviolet licht een onderzoek is gedaan naar de verspreiding van het C virus in een buffetrestaurant. 

Dit betekent vooralsnog wat mij betreft het einde van het buffet. 
Liefhebbers het komt echt niet meer terug, zoals het was. 

Weleens nagedacht over de vinger, die iemand even onder de chocoladefontein houdt? 
Of eerst drie stukken stokbrood pakken en er dan gewoon twee terugleggen? Waar was die hand eerst? Net aan de vingers gelikt? 

Of stiekem de gebruikte vork gebruiken om een stukje vlees te nemen en het vervolgens terugleggen om toch naar de vis te lopen omdat de vis net neergezet is? 

Ach ja, hygiëne, men denkt er niet bij na. 
Maar dat wordt nu gelukkig anders. 
Het feit dat het aantal mensen met diverse besmettelijke ziekten is teruggelopen, samen met het aantal C patiënten wil toch zeggen dat er heel wat te verbeteren viel. 

Mijn moeder zei altijd: Vieze varkens worden niet vet. 

Maar uh een buffetje? 
Mwah, ik heb al een afspraak. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder


vrijdag 12 juni 2020

Jos Brink

Lieve vrienden, 

Soms komt zomaar de inspiratie voor een lariekoekje in mijn mail. 

Een goede vriendin stuurde mij een gedichtje van Jos Brink. 
Ik was altijd fan. Van zijn musicals, zijn shows, zijn televisieprogramma’s. 
We hebben zo heel wat tv-iconen de revue zien passeren. 

Toch maakten er maar weinig zoveel indruk. Willem Ruys en Jos Brink, zijn ex aequo geëindigd op nummer één in mijn top drie. 
Waarschijnlijk door hun kostelijk gevoel voor humor of hun charisma. Ik kan het niet zo snel verzinnen. Maar wat heb ik van ze genoten. 
Schaterlachend zaten we voor de tv. Waar Willem Ruys behalve op tv, excelleerde in het radioprogramma “Langs de lijn” (u begrijpt dat ik daar vaak naar luisterde toen Hilversum 3 nog niet bestond laat staan Fox sport een tv-kanaal was) was Jos Brink ook geregeld een zeer begenadigd voorganger in de Duif, een kerk op de Prinsengracht in Amsterdam waar de oecumenische gemeenschap de zondagsviering hield. 
Dat deed hij uiteraard fenomenaal, zoal alles van hem perfect was. Totdat het misging en hij zelfs de hilarische chaos, die op zo een moment ontstond, tot een perfecte puinhoop maakte. 
Zijn schaterlach en zijn letterlijk wegpinken van de tranen van het lachen, staan in mijn geheugen gegrift. De spontane kus aan toenmalig koningin Juliana....
Jos Brink, met z’n kroepoekje (Femke, dikke neus!!!!!) Sandra Reemer. 
Ach, het waren onvergetelijke tijden. 
Het brengt me allemaal even terug naar de tijd, waarin geluk heel gewoon was. 
Ook daar is weer een geweldig televisieprogramma over gemaakt. Maar daarin speelde Jos Brink geen rol. 
Jos was onze nationale ‘knuffelhomosexueel’. 
Als het over homoseksualiteit ging, werd Jos erbij gehaald en naar zijn mening gevraagd. Hij wist altijd de spijker op de kop te slaan. 
Ook was Jos Brink een gedichtenschrijver en het volgende gedicht wil ik jullie niet onthouden. De tekst van Jos is heden ten dage nog steeds toepasselijk. 

BIJBEL

Ik heb een bijbel thuis, daar lees ik weleens in.
En altijd komen er weer vragen bij mij boven.
Nou ja, ik ben niet sterk in kerk en in geloven.
Maar ik ken een dominee, die is dat net zo min.

‘k Pak soms het boek der boeken even uit de kast
En denk dan: waarom zou de wereld nog steeds ziek zijn?
En waarom moet de paus toch persé katholiek zijn?
En zijn de Tien Geboden niet meer waardevast?

Ik heb een bijbel thuis en dan lees ik verrast
Van heb je naaste lief, niet stelen en niet moorden.
Je vraagt je af: waarom toch blijven het maar woorden
En waarom worden woorden nooit eens toegepast.

Het zal wel simpel van me zijn, maar toch is toen
Die ene man, niet dom geboren, dom gebleven.
Meneer van Nazareth zei toch hoe je moest leven.
Hoe je moest omgaan met elkaar, wat je moest doen?

Het gaat nog steeds om macht, het draait nog altijd om de poen.
En ik een beetje meer dan jij, dat zal zo blijven
Dat ondervinden dus miljoenen aan den lijve
En ondertussen geeft de paus hun grond een zoen...

Ik ben geloof ik geen belijdend christen
En daarom kan ik zulke dingen niet behappen.
Maar wat er staat is toch voor iedereen te snappen.

Ik heb een bijbel thuis. Daar lees ik weleens in.
Jos Brink


Verplaatsen we deze tekst naar het nu, dan is er toch helemaal niets veranderd en is deze tekst gewoon nog, juist in deze tijd, actueel. 
Want mijn hemel, wat doen mensen elkaar aan. 

“Men” heeft het lef, onze geschiedenis te willen herschrijven in twee weken tijd.

Soms zie ik zeer recente beelden van mensen, die Joodse mensen in New York uitschelden en met z’n allen te lijf gaan. Zie ik het antisemitisme in Brooklyn opleven. Omdat de Joodse gemeenschap daar, meer geld heeft dan degenen die hen discrimineren.
Wanneer ik die beelden zie, voel ik mijn tranen komen. 

Geldt discriminatie waartegen geprotesteerd wordt alleen voor huidskleur??????

Hebt uw naasten lief! 

De tien geboden kunnen wat mij betreft nu wel bij het oud papier.......

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder