donderdag 2 april 2020

Ik blijf ze bakken

Lieve vrienden,

Van alles had ik verwacht, maar dat mijn schrijfsels verslavingen zouden veroorzaken???? Dat was toch wel het laatste. 
Vanmorgen kreeg ik een reactie: “Ik hoop dat de crisis binnenkort tot het verleden behoort, maar hoe moet het dan met jouw lariekoekjes, want ik ben nu al verslaafd?”

Dan heb ik goed nieuws: 
1. Je wordt er niet dik van. 
2. Ik blijf ze bakken. Dat doe ik graag en iedere dag met heel veel plezier. Soort van banketbakker, jullie reacties op mijn baksels zijn de kers op mijn taart. ( klinkt wel een beetje onsmakelijk).
Iemand belde mij en vroeg of ik alles verzameld heb uit kranten, tijdschriften enz. 

Nee, ik schrijf ieder verhaal zo op, terwijl ik het typ. Ik schrijf alles op mijn telefoon, want blind typen kan ik niet. Dus alles met de wijsvinger. 

Er wordt gezegd dat ik wel een hele mooie jeugd gehad heb. 
Ja, dat had ik echt. Geweldig zelfs. 
Echter toen ik net veertien jaar was, overleed mijn vader, mijn inwonende zus werd ziek en het was uit met de pret. Dus mooi, warm, heel fijn, geweldig, maar te kort. 

Gelukkig werd ik in de periode na het overlijden van mijn vader buitengewoon goed opgevangen door de ouders van mijn vriendin. 
Daar ben ik ze eeuwig dankbaar voor gebleven. Ik was er altijd welkom. 
Maar wees niet jaloers op mijn jeugd. Er was echt wel een schaduwzijde.... meer dan ik schrijven of vertellen kan. 

Gelukkig heb ik goed leren relativeren en ook mijn eigen slingers op weten te hangen. 
Dat kan ik nog steeds, ondanks het feit, dat mijn gezondheid mij beperkt. Toch kan ik ook daar heel goed mee omgaan. Van alle citroenen, die het leven mij gegeven heeft heb ik altijd nog limoncello-tiramisu weten te maken. En ook te vaak een stukje ervan genomen of de lege schaal schoongelikt. 

Terwijl ik dit schrijf, huppelt de puppy van onze zoon hier door de kamer. Een heerlijk, vrolijk beest. Bordercollies kunnen goed luisteren. Ze luistert met haar 14 weken al beter dan wijlen onze terrier in veertien jaar gedaan heeft. Ze is zindelijk en heeft het hier naar de zin. 
Door de crisis loopt het allemaal anders en passen we gewoon op. Eigenlijk heerlijk. Wel de lusten, niet de lasten. 

We blijven nog langer binnen en op afstand, maar dat krijgt mij er niet onder. 
Als het moet, blijf ik in mijn hok, totdat er een vaccin is. 
Ik laat me nog niet kisten, letterlijk en figuurlijk, ondanks het feit dat de tranen soms hoog zitten als ik denk aan wat er allemaal gebeurt met de wereld en met ons. Gewoon afwachten.... maar wel jammer van onze kostbare levensduur. Anderzijds buitengewoon bijzonder om mee te maken. Hoewel????

Reacties op mijn verhaaltjes vind ik dus enig. Ik hou ervan. Dan kan ik weer inspiratie opdoen voor de volgende dag. 
Intussen vraag ik me toch af of anderen zich ook vermaken en waarmee. 
Ik kan jullie series op Netflix aanraden en ook om Instagram te installeren en de Vlogs van Paul de Leeuw te volgen. Op tv wil ik niet naar hem kijken, maar dit is toch wel een kostelijk vermaak. 3x daags een Paultje. Het maakt je aan het lachen en dat houdt je gezond. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

woensdag 1 april 2020

Mijn Kantoor

Lieve vrienden,

Een uur geleden dacht ik nog, waar zal ik het over hebben in mijn lariekoekje. 
Vele mailtjes, filmpjes en andere reacties verder, weet ik het nog steeds niet, maar alle nieuwe informatie verwerk ik al schrijvend. 
Als eerste kreeg ik een filmpje met afbeeldingen van de schilderijen van Van Gogh. Op de achtergrond hoorde ik het liedje “Vincent” en de tekst was de ondertiteling. Zo werd het levensverhaal van onze beroemde schilder aan mij verteld in woord, beeld en gezang. Wat zijn er toch veel creatieve mensen. Geweldig. 

Ik zag een filmpje met de mooiste herinneringen aan Italië met een dank en waarschuwingsbericht van Italiaanse artsen en ik begon “Droomland” te zingen. Om daarna ”when will I see you again?”van de Three Degrees in te zetten. 

Ik keek naar de Vlog van Paul de Leeuw, waarin hij FaceTime met Brigitte Kaandorp. Zij had vorige week samen met haar dochter allemaal ansichtkaarten verstuurd, die ze nog had liggen. “Groeten uit Tenerife”. “Groeten uit Italië”. Je hoort de ontvanger denken...... hoe verzin je het? Zoenen kan ik die mensen. Heerlijk.

Dit soort dingen maken mijn dag. Echt. Grappen, waarvan de tranen over mijn wangen biggelen. Lachen en huilen liggen bij mij dichtbij elkaar. 

Gelukkig heb ik momenteel toch nog steeds meer tranen van het lachen, dan van het huilen. 
Een zoekplaatje heeft me gisteren een half uur naar een kameel doen zoeken. Het was werkelijk een spectaculaire foto. 
Een filmpje van Chinese architectonische hoogstandjes. Ach, ach, wat een creativiteit en wat een schoonheid. Geweldig. 
En dan opeens een huishoudelijke tip: eieren moet je regelmatig draaien, dan blijven ze langer goed. Ik wist het niet. Jullie nu ook. 

Nu begrijpen jullie misschien waarom mijn telefoon in mijn hand gegroeid zit. 
Het is mijn kantoor, mijn administratiekantoor, mijn atelier, mijn postkamer, mijn klantenservice, mijn bestelformulier, mijn agenda, mijn tv, mijn telefoon, mijn dagblad, mijn fotoalbum, mijn adresboek, mijn dagboek. Mijn bron van informatie over vreugde en verdriet, mijn bezigheidstherapie, mijn scrabblebord, mijn woordspelletje. Al mijn contacten. Bellen, schrijven, FaceTime. Kortom, mijn hele hebben en houwen. 
Contact met een vriend van 89, die ook de IPad en IPhone heeft leren gebruiken en er misschien nog meer mee omgaat dan ik. Voor hem ook een zegen en hetzelfde communicatiemiddel als voor mij. Dus het maakt niet uit wat je leeftijd is. Doe het! Probeer het! Blijf geen digibeet. 
Eraan verslaafd? Nee, het is gewoon een soort werk.

Snappen jullie nu, waarom ik niet aan laatjes opruimen toekom? 
Ik ben druk! Druk met alles wat jullie me sturen, met me delen, druk met wat ik lees en wat ik hoor. Informatie tot me nemen. Daar geniet ik van. 
Jullie genieten (of niet) van mijn verhaaltjes. Ik geniet van jullie. 
Blijf hier vooral alsjeblieft mee doorgaan. 
Geen hele flauwe grappen. Dat is een gepasseerd station......Hoewel? 

Als ik een foto van een ui stuur met als tekst “mijn weekend uitje” en je reageert onmiddellijk met “weekendje Wenen?” kan mijn dag niet meer stuk. 

Met hoopvolle groet,

Rietje Stelder


dinsdag 31 maart 2020

Nu even niet!

Lieve vrienden,

Het is gek, twee weken lang werd ik als een kijkbuiskindje naar de tv getrokken om al het nieuws over “het virus” op te nemen als een spons. 
Nou gaat de tv bij mij in huis ‘s avonds pas aan. Dat scheelt al een heel stuk. 
De laatste weken pakten we DWDD ergens halverwege op en dan het acht uur journaal. 

Na het journaal waren we nog benieuwd naar de meningen van de elkaar tegensprekende deskundigen. 
Afgelopen zaterdag ging het me zomaar opeens tegenstaan. 
Mijn spons had zich gedurende twee weken helemaal volgezogen met tegenstrijdige informatie. De stralen informatie stroomden er opeens aan alle kanten met dezelfde vaart weer uit. 

Een overdosis narigheid. Tot overmaat van ramp lijken alle liefdadigheidsinstellingen geld genoeg te hebben om ons toch al kwetsbare gemoed, een extra dosis zieligheid te tonen. 
Waarom??

Krijgen we nog niet genoeg narigheid voorgeschoteld? Komt het niet in de hoofdjes van de bestuurders van de hulporganisaties op, dat wij de vreselijke beelden van zielige kinderen er niet meer bij kunnen hebben, tijdens deze zich wereldwijd voltrekkende ramp? 

Was er nog geld over, voor een portie extra nare beelden, met de achterliggende gedachte “Hier kunnen jullie wel iets aan doen!”

Persoonlijk heb ik behoefte aan een deskundige die zegt:
“Als je drie stappen naar voren zet, vier kniebuigingen maakt en twee korreltjes zout neemt, dan is het over een week over. 
Daar hebben vele wetenschappers dag en nacht onderzoek naar gedaan en dit is het enige dat echt werkt tegen Covid-19. De enige bijwerking is, dat uw overgewicht binnen 24 uur verdwenen is. Hier zijn we zeker van”.

Kijk, voor dat soort nieuws ga ik op het puntje van mijn stoel zitten. Daarvoor zet ik de tv aan. 
Ik wil geen discussies tussen verschillende wetenschappers meer zien, laat staan horen.
Ga weg wijsneus, hou op deskundige! 
Waar baseren jullie alles op?
Jullie spreken elkaar tegen! 

Gisteren zijn mijn lief en ik in een bui van burgerlijke ongehoorzaamheid de deur uitgegaan. We zijn samen in de auto gestapt en zijn een rondje gereden door de kop van Noord-Holland, om nog een glimp van de bollenvelden te kunnen opvangen. Velden vol tulpen, waar de tuinders zich voor in het zweet gewerkt hebben. Het resultaat van hun noeste arbeid wilden we nog zien voordat de tulpen en hyacinten doorgedraaid worden. Het was een heerlijk verzetje. 

Nu weet ik het zeker. Ik ga ‘s avonds alleen nog Netflix kijken en overdag de laatjes opruimen. 
Laat mij met rust en maak me maar weer wakker als er nieuws is. 
Echt nieuws!!!

Met hoopvolle groet,

Rietje Stelder


maandag 30 maart 2020

Serieus nadenken

Lieve vrienden, 

Vorige week zag ik op mijn Facebook allerlei oproepen voorbijkomen. 

Verzoeken van de IC van het RKZ in Beverwijk, om niet gebruikte vuurwerkbrillen in een emmer te doneren. Zodat het zorgpersoneel hiermee weer even zichzelf kan beschermen. Dit tekort is nu al alweer een gepasseerd station. 
De Corona express dendert voort. 
Er zijn genoeg middelen waarmee men zichzelf kan beschermen. Hoewel? Dat vermoed ik. Je hoort er niet meer over. Maar beademingsapparatuur? Personeel? Medicatie? 

Vanuit het ziekenhuis in Den Bosch, kwam de vraag om na te denken over eventuele beslissingen, die anderen misschien voor je moeten nemen of die jij voor anderen moet nemen. 

Ook bellen huisartsen naar hun kwetsbare patiënten met de vraag of deze patiënt, indien het virus hem of haar te pakken gekregen heeft, op IC beademd wil worden. 

Zaterdagavond zag en hoorde ik SEH-arts Gor Khatchykian, bekende “Nederlander” tegen wil en dank, bij Op1.
Hij vertelde hetzelfde.
Het leven is niet maakbaar. Soms houdt het op, al ben je nog zo vitaal.

Mensen schrikken hier uiteraard van. 
Hoezo als, dan…? Gaan we onderscheid maken? Hij wel en ik niet? Hoezo waterpolo spelen tegen de krokodillen? Alleen bij rood licht oversteken? 

Het klinkt allemaal heel serieus en dat is het inmiddels ook. Het komt aan en binnen. Het is hier. Nu. En soms is het over en uit. 
Dus we moeten erover nadenken.

Een beslissing die de dokter neemt voor iemand die deze beslissing niet meer kan nemen. 
Misschien ben ik of jij degene die het niet meer kan.....

Luchtig schrijven over elkaar helpen, is anders dan deze mededeling van mensen die aan het front staan. 

Misschien ook iets regelen voor als…Ja, ook dat hoort erbij en is door de Corona regels een stuk eenvoudiger geworden. Er mogen slechts tien mensen bij aanwezig zijn.

Straks ga ik nadenken en erover praten. Straks...... want nu is er nog even een straks. 

Morgen misschien niet meer. 

Met mijn dagelijkse hersenspinsels wil ik jullie opvrolijken. Een hand reiken. Even laten weten dat ik aan jullie denk, met een bericht om hoop te hebben. 

Maar soms moeten we even serieus zijn. Echt serieus...

Lieve vrienden, wat de beslissing is, moeten jullie zelf bedenken. 
Deze zal voor iedereen anders zijn. 
Van 1 dag op IC moet je een week revalideren....

In de huidige situatie neem je makkelijker DE beslissing, waar je eigenlijk al jaren mee worstelde. 

We beslissen straks. 

Nu is het goed weer en gaan we daarvan genieten. We leven nu en hopen nog even op straks. Opdat er altijd een straks mag blijven. 

Met hoopvolle groet,

Rietje Stelder


zondag 29 maart 2020

Lorre

Lieve vrienden, 

Onze papegaai, Lorre, kon zingen, fluiten, mopperen en praten. 
Hij rook ook van alles, of herkende het geluid van eten klaarmaken. 
Als mijn moeder aardappelen ging schillen, stopte hij met het oefenen van z’n toonladders en riep hij: “Lorre happie, lekker hè, Lorre happie”. 

Dat bleef hij herhalen, totdat hij na het eten een prakje op een bord op tafel voorgeschoteld kreeg. Niet echt hygiënisch, maar ach, bij ons thuis kon alles....

Omdat ik de enige was, die met Lorre overweg kon en hij mijn familieleden aanvloog, werd hij op een kleerhangertje van de volièredeur naar de tafel getransporteerd. 
Al spetterend en smakkend at hij het prakje op en rende daarna nog op de familieleden af, om ze te bijten. 
Als ik het welletjes vond, hield ik hem het kleerhangertje voor, hij stapte erop en ik bracht hem naar de kooi. Deur dicht, laken erover, rust in de tent. 
Soms deed ik overdag spelletjes met hem. Koprol, doodliggen.... Circus Renz was er niks bij. 

We begrepen nu echter wel waarom de kameraad van mijn vader de gevleugelde terrorist zat was. 

Bij mij thuis kookten mijn moeder en ik vaak samen. Zij de Hollandse pot, ik de aparte gerechten. We hadden een nieuw recept uit een damesblad ontdekt. 
Na het meerdere keren bereid en aangepast te hebben, werd het een groot succes bij ons op tafel. 

Kip gebraden in de oven met een saus van sinaasappelsap, mangochutney en geroosterde amandelen. Op de kip lagen uitgebakken plakjes bacon en gebakken uienringen. Het smaakte werkelijk hemels. 

Nu moet u weten, dat alles met de hand gemaakt en zelf bereid was. Mijn moeder verdeelde de hele kippen in stukken, de sinaasappels werden geperst met zo een glazen persje, de amandelen werden geblancheerd, ontveld en geroosterd. De bacon en de uien uitgebakken. Alleen de mangochutney kwam uit een potje van de winkel, waar ze dat toen al verkochten. 
Het geheel ging in de oven en we aten er gekookte rijst of aardappelpuree bij. 

Op een zondagavond, misschien wel met Pasen of een andere feestdag hadden mijn ouders de familie uitgenodigd om te komen eten. Zo konden de tantes het kipgerecht dat ik bereid had ook eens proeven. 

De hele dag stond ik in de keuken. Ik denk dat ik een jaar of twaalf, dertien was. 
Het was enorm veel werk, maar daar had ik toen nog niet zoveel erg in. 
De grote braadslede met de kipschotel, was voorbereid en hoefde alleen nog de oven in. 

Toen de tantes een borreltje dronken werd de oven aangezet. 
De tafel was al mooi gedekt met het damast en het zilver. Spullen hadden we wel. 

De geur van de gebraden kip drong nog maar net door tot de kamer of Lorre begon te zeuren: “Lorre Happie, lekker hè”. 
Aan een stuk door......

We gingen aan tafel en de tantes in de zondagse japonnen, mochten als eersten opscheppen uit de schotel met het heerlijk geurende kipgerecht. 

Het werd Lorre teveel. 
Na vele keren om een happie gesmeekt te hebben, nam hij zelf het initiatief. Hij sloeg z’n vleugels uit, klapwiekte over het permanentje van m’n , net op tijd ineengedoken tante heen en landde in de schaal met kip en saus. 

Al mompelend en spetterend, stapte hij als een veldheer door de saus, terwijl de vette spetters de japonnen van mijn moeder en mijn tantes bevlekten. 

Eerst heb ik meegelachen, toen gehuild en nadat we gered hadden wat er te redden viel aan de kleding en het meubilair, hebben we nog een happie voor de tantes en onszelf gemaakt. 

Die avond besloten we, om een ander kosthuis voor Lorre te zoeken. 

Lorre, ik droom nog wel eens van hem als ik zwaar getafeld heb, sprak Wim Sonneveld ooit. 

Een hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

zaterdag 28 maart 2020

Mijn ouderlijk huis

Lieve vrienden,

Een lezeres van mijn verhaaltjes noemde deze schrijfsels: PlaisanteRIETJES. Was misschien een nog passender naam geweest, maar ach de naam Lariekoekjes is nu geregistreerd en die ga ik niet meer veranderen. Het zij zo. 

Bij deze weer een plezant lariekoekje. 

Bij mij thuis, in het ouderlijk huis bedoel ik, was het altijd feest. 
Dit zullen alle meelezers, die in de vijftiger en zestiger jaren bij ons over de vloer kwamen, onmiddellijk beamen. 

Mijn moeder verstond de kunst om overal een feestje van te maken. Echt, zij hing voor iedereen de slingers op. 

Mijn vader adoreerde ik. Hij had een aannemersbedrijf samen met z’n twee broers, in het hartje van de Jordaan. 
Het kantoor was in het ouderlijk huis van mijn vader, ook in de Jordaan. Vele zakelijke besprekingen werden bij ons thuis gehouden. 

We woonden in een, in mijn herinnering, riante benedenwoning in de Rivierenbuurt in Amsterdam Zuid.  We hadden een mooie tuin met schuur. 

In dat huis woonden mijn ouders, mijn zus en ik. 
Toen ik 4 jaar was, verloofde mijn zus zich met een jongeman uit Santpoort. Ook hij was bijna dagelijks bij ons thuis te vinden. Mijn familieleden hielden van klaverjassen en iedere avond werd er gekaart.  Steeds met andere vrienden uit de bouwwereld. 

De hoekkast bij de ensuite-deuren in de eetkamer, stond vol met kaartpotten in blikjes. Van de inhoud ging men jaarlijks een keer op stap. Reisje, etentje, afhankelijk van het bedrag werd een keuze gemaakt. 

De andere hoekkast, in de voorkamer, was omgebouwd tot een volière met tropische vogeltjes. 

In de hoeken van de twee woonkamers, we hadden een eetkamer met kolenkachel en een voorkamer met gashaard, gescheiden door schuifdeuren, hingen kooitjes met kanariepietjes, waar ‘s avonds een theedoek overheen ging. 

Langs een van de wanden van de voorkamer, was een groot aquarium met tropische vissen in een meubel ingebouwd. We hadden een poedel, Curly en een rooie kater, Pimmetje. Op mijn kamer had ik een landschildpad en waterschildpadjes. Ja, bij mij thuis hielden we van dieren. 

Toen de muizenpopulatie, veroorzaakt door al die vogeltjes, uit de hand liep verkocht mijn vader z’n vogeltjes en nam hij een papegaai over van z’n kameraad. Die kon het beest met z’n aria’s en geklets niet meer om zich heen verdragen. Mijn vader vond het zielig en nam het beest in de kost. 

In de lege volière werd de grote papegaaienkooi geplaatst. Dat het beest opgesloten zat in een kooi vond m’n vader maar niks. Dus volière deur open, papegaai overdag op de bovenrand van de deur, krant eronder…. En zo verbleven wij met z’n allen in deze woning. 

U zult begrijpen, het was net het huishouden van Jan Steen. 

Onze hulp in de huishouding kwam twee hele dagen in de week om orde op zaken te stellen. 
Zij kwam ‘s morgens vroeg en ging na het avondeten weer met de bus naar huis. Een schaaltje eten (twee diepe borden tegen elkaar aan met een elastiekje eromheen) in haar tas, voor haar man, die thuis op haar zat te wachten. 
Ze heette To, maar wij noemden haar Bouw. Mijn brabbel naam voor buurvrouw. Toen ik leerde praten, woonde zij boven ons, in de Kinkerstraat. De bouwbouw dus...Ach wat een herinneringen... 

Mijn vader kwam uit een groot gezin en de meeste neven en nichten kwamen veel bij ons over de vloer. Mijn vader was familieziek. Echt. 

Hij genoot het meest met alles en iedereen om zich heen, fles oude jenever op tafel, voor de dames een citroentje met suiker en een schaaltje pinda’s en soms een plakje worst met augurk. 

Wat een verhaal over mijn ouderlijk huis en ons gezin hè. 

De komende dagen zal ik wat anekdotes vertellen over gebeurtenissen bij ons thuis. 

Met bovenstaand in uw achterhoofd, kunt u de verhalen beter plaatsen. Soms zijn ze hilarisch, soms niet.

In ons gezin was plaats voor iedereen. Mijn ouders waren vrijgevig, barmhartig en ruimdenkend. Maar het waren vooral gezellige mensen. Bij ons kon alles. 

Mijn ouderlijk huis, mijn familie...mijn bron van inspiratie voor mijn hele leven. Voor wie ik ben, wat ik ben en wie ik altijd zal zijn. 

Niet geïnteresseerd? Niet lezen. 
Nieuwsgierig? 
Nog even geduld. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder


vrijdag 27 maart 2020

Samen

Lieve vrienden, 

Morgen zal het vrede zijn. De titel van een liedje van Marco Borsato. Zeker geen zanger waar ik fan van ben. Ik griezel van zijn stem en teksten. 

Maar ik las net een artikel en dacht : morgen zal het anders zijn. Zo kwam ik eigenlijk terecht bij Borsato. 

Als alles straks voorbij is en de mensheid nog bestaat, zal alles anders zijn. 
Dan zal ik vast niet meer dagelijks een stukje schrijven.

We kunnen elkaar weer ontmoeten en knuffelen. 
We zien dan aan elkaars gezicht of we iets leuk vinden of niet. 
We kunnen samen eten en drinken. 

SAMEN!!!

Hoe zou het gaan? De eerste keer weer bij elkaar komen? Wie mag z’n geannuleerde kroonjaarfeest het eerst vieren? Of is er een groot feest, net als in 1945 op de dag van de bevrijding? 
We weten het niet. 

In de huidige periode van isolatie en quarantaine, vraag ik me af hoe dat ging met de onderduikers tijdens de tweede Wereldoorlog. Niet alleen geïsoleerd, ook verborgen achter geheime deuren, op zolders, in kelders, kortom op duistere plekken met honger, angst en verdriet. 
Op dit moment kunnen we ons van hun situatie absoluut nog steeds geen voorstelling van maken. 
Wat hebben onze familieleden allemaal doorstaan?

Dan is er nu toch wel heel veel mogelijk voor al degenen, die min of meer gedwongen binnen zitten. 
De voorraden van de supermarkt zijn weer redelijk genormaliseerd. We beschikken bijna allemaal over apparatuur waarmee we contact kunnen houden met de buitenwereld. De computer of gewoon de telefoon. 

Het is toch allemaal wel fantastisch geregeld in ons land. 

Zowaar zie je jongeren op een andere manier contact met de medemens zoeken. Ze breken uit hun online bubbel, om eens op een andere manier te communiceren.

Creatieve jonge mensen plaatsen filmpjes, waarin een vraag gesteld wordt waar vrienden dan op kunnen reageren. 
Er ontstaat woord en wederwoord. Online of met een raam ertussen. Anderhalve meter, zingt Ali B. 

Kinderen rijden naar het verzorgingstehuis van hun ouders, waar ze niet in mogen. Toch zoeken ze contact per telefoon en gaan buiten staan zwaaien naar vader of moeder, opa of oma. 
Graag wil men in deze moeilijke, onzekere tijd, elkaar zien of horen. Vooral zien. 

Er is behoefte aan saamhorigheid, positiviteit en gezelligheid. 
Bij vele gezinnen ligt een legpuzzel op tafel. Er wordt weer thuis gegeten in gezinsverband. 

Zal de wereld ooit weer zo worden, als hij was voordat Corona z’n intrede deed? 

Ik denk het niet. Mensen doorlopen momenteel een strenge leerschool. Wie een fout maakt, merkt dat vanzelf. Wordt gecorrigeerd door z’n omgeving. We leren van onze fouten. Van egoïstisch denken, van voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten. Van te weinig voorraad in huis hebben, maar ook van te weinig voorraad in de ziekenhuizen. Van het onderwaarderen van zorgmedewerkers, die we vanaf moeten behandelen als helden. 

We zullen dankbaar zijn voor degenen, die ons dierbaar zijn. We zullen meer van elkaar houden dan ooit. We zullen elkaar respecteren. 

We zullen met saamhorigheid deze bijzondere periode doorkomen. Wees een beetje lief voor elkaar. Eén ding weet ik zeker:

Morgen zal het anders zijn! 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder