donderdag 25 juni 2020

Kronkel verhaal

Lieve vrienden, 

Het was niet eens makkelijk, maar leuk om te doen. Ik schreef gisteren een verhaaltje, waarin verplicht 15 woorden moesten voorkomen. 
Zonnebril, brandnetels, skippybal, hooikoorts, restaurant, espadrilles, bretels, horloge, EHBOpost, krant, Licor43, haaruitval, moedervlek, springen, pioenroos.

Het volgende verhaaltje ontsproot uit mijn kronkelig brein en plaatste ik bij een groep van verhalenvertellers, waar ik lid van ben. Dit verhaaltje is volkomen uit de duim gezogen en uit de vinger geschoten, maar de verplichte woorden staan erin. 

--------------
Allergische reactie..........

Mijn zonnebril zat nog op mijn hoofd. Ik had hem tussen mijn haren gestoken, toen ik haastig de EHBO-post binnenliep, omdat ik plotseling vreselijke branderige, opgezwollen ogen gekregen had. 

Altijd alert vanwege mijn ernstige brandnetel allergie, dacht ik dat het foute boel was, nadat ik de skippybal van mijn buurjongetje uit de struiken gehaald had. Tot mijn schrik ontdekte ik tussen de struiken ook brandnetels. 

Aan de andere kant van de schutting had ik het binkie al een tijdje heen en weer horen springen met zijn nieuwe skippybal, terwijl ik op mijn terras in het zonnetje een nipje wilde nemen van mijn glaasje Licor 43. 
Ik zat de krant te lezen en had me goed ingesmeerd. Die moedervlek op mijn been moet ik toch eens laten controleren. Verandert hij nou? 

Omdat we die avond uit eten zouden gaan in een trendy restaurant, had ik mijn nieuwe espadrilles al aangedaan want ze staan zo leuk bij mijn nieuwe outfit. Zo kon ik ze een beetje inlopen, want zoals altijd knelde het randje van de linkerschoen een beetje. 

Plotseling riep het buurjongetje, dat z’n skippybal in de struiken lag. Hij kon hem zelf niet pakken. 
“Buurvrouw, kunt u mijn skippybal pakken?”
De skippybal was rakelings langs de Pioenroos gestuiterd. 
Gelukkig werd die ene bloem niet geraakt, want de Pioenroos bloeide dit jaar voor het eerst. 

Toen ik terugliep naar mijn terras, kreeg ik jeukende ogen. Ze zwollen in rap tempo op. In paniek vroeg ik, of mijn buurvrouw me even naar het ziekenhuis kon brengen. Mijn ogen brandden dusdanig, dat ik niet meer zelf achter het stuur durfde te stappen. Voelde ik mijn keel nu ook opzwellen? 

In een behandelkamer van de EHBO, keek ik net ongeduldig op mijn horloge, toen een arts het gordijn opzijschoof en binnenstapte. 
Z’n dikke buik bolde een beetje uit z’n witte jas. Gelukkig hield een paar rode bretels z’n witte broek omhoog. 
“Ach kijk eens, sprak de goedlachse man, een gevalletje hooikoorts. 
Nee mevrouw, dit is geen allergische reactie. 
Ik zal u iets voorschrijven, dan is het leed snel geleden. 
Denkt u erom, het kan wel wat haaruitval veroorzaken”.

Een beetje sip, belde ik mijn man. “Schat, kun je me ophalen bij het ziekenhuis, nee niks ernstigs. Hooikoorts. Natuurlijk kunnen we uit eten."
-------------
Dit was mijn verhaaltje, waarop ik best leuke reacties kreeg. 
Wonderlijk, zoveel mensen, zoveel verschillende verhalen. 
Het verhaaltje wilde ik jullie in ieder geval niet onthouden. 

Mijn literaire escapades houden het brein scherp, zal ik maar zeggen. 

Met zonnige groet, 

Rietje Stelder





woensdag 24 juni 2020

Biest

Lieve vrienden, 

Gisteren schreef ik mijn honderdste lariekoekje. Dat hebben we gevierd. 
Zoals ik al zei, feestjes vier ik met taart en bubbels. 

Hoe kom ik nou toch aan de titel lariekoekjes? 
Nou, lariekoek betekent in het Nederlands “onzin”. 

Ik gaf mijn verhaaltjes deze naam, niet omdat het allemaal onzinverhalen zijn, want eigenlijk vertel ik mijn levensverhalen, over mijn belevenissen en mijn gevoelens. Soms schrijf ik over interessante weetjes. 
Ook is la-Rie-koek een verwijzing naar mijn naam Rietje, en ik schrijf het meestal onder het genot van een kop koffie. En zo worden ze ook gelezen. Vaak bij een kopje koffie. Heerlijk om te doen vind ik het. 

Maar een lariekoek is koek die echt bestaat. 
Lariekoek is een gerecht uit Gelderland en wordt gemaakt van biest en basterdsuiker. Biest? Ja, biest! 

Wat is nou toch biest? 
Biest is de eerste melk, die een zoogdier aanmaakt na de bevalling. 
Bij mij is vooral de biest van koeien bekend. 

Mijn grootouders van moeders kant hadden koeien. 
Ook een oom en tante in Beverwijk hadden koeien. 

Als er een kalf geboren was, mocht ik altijd van de biest drinken, of anders gewoon verse warme melk (met vel) Toen vond ik het heerlijk, nu griezel ik ervan. 

Om lariekoek te maken, hoef je alleen maar twee liter biest in een schaal in de oven te laten stollen. Als het opgestijfd is, bestrooi je het met bruine basterdsuiker. 

Smullen??? 
Geen idee. 
Nu even niet, in ieder geval. 
Ik laat dit rondje aan me voorbijgaan. 

Voor mij geen lariekoek. 
Niet om te eten hoor. 
Ik schrijf ze wel en nog altijd met heel veel plezier!

Met plezierige groet, 

Rietje Stelder 

dinsdag 23 juni 2020

En dat is 100! en dus taart

Lieve vrienden, 

Het is zover. 
Dit is mijn HONDERDSTE Lariekoekje. Zal ik ze voortaan maar Plaisanterietjes noemen? 
Nee, dan want dan moeten we weer een nieuwe blognaam aanvragen en dat kost weer geld. 

Maar we gaan we het vieren. 
We halen taart en we drinken een bubbeltje erbij. 
Taart? Ja, taart. 

Wij zijn dol op taart en dat is ons aan te zien. Ons probleem toch? 

Toen ik de eerste keer borstkanker had, haalden we na iedere behandeling een moorkop. Om het te vieren. Als ik nu weer, na voor de tweede keer met die rotziekte in aanraking geweest te zijn, voor de jaarlijkse controle geweest ben, gaan we vanuit het AvL rechtstreeks naar de banketbakker. 

Het is een vorm van troost. 
Een van mijn schildervriendinnen zei ooit: “Troost is moedermelk. Vet en zoet”. Klinkt onsmakelijk, maar er zit wel een kern van waarheid in. 

Dus taart. 
Mijn hele leven eet ik op zaterdagavond een taartje bij de koffie. Thuis bij mijn vader en moeder, tijdens ons huwelijk. Gewoon zaterdag, taartdag. Gehakt lusten we niet. Dus die woensdag rommelen we maar wat. Ook als ik weer eens aan de lijn moest, toch taart op zaterdag. Van één taartje in de week word je namelijk niet vet. 

Maar ja, er is zoveel te vieren hè. We zijn bofkonten. 
Het leven heeft ons geleerd, te vieren wat er te vieren valt. Nou, veul, dit jaar. Vele kroonjaren mogen hopelijk dit jaar gevierd gaan worden. 

En dan nu de hamvraag. 
Rie, wat is jouw lievelingstaart? 
Nou, ik had er een paar. 

Samen met mijn moeder at ik altijd een moccaglacee. Als ik aan mijn moeder denk, zie ik haar in een roze met grijs geruite rok, daarop een grijze fluwelen blazer, met een roze corsage op de revers. Haar prachtige rode haar keurig gekapt. Stapte ze uit haar auto en pakte ze een doosje, formaat twee taartjes, uit de achterbak. En klik, klak, trippelde haar elegante hooggehakte schoentjes naar mijn voordeur. Deze taartjes zijn nergens meer te koop. 

Voor mijn zus haalde ik een walnotenschuimgebakje. Na haar overlijden, griezel ik van deze taartjes. Als troost eet ik graag een moorkop (vet en zoet, maar de minste calorieën) 

Maar met mijn gezin, eet ik in de winter een turcotaartje (dit is niet racistisch, want gewoon hazelnoot/mokka schuim met slagroom en geen gestampte Turken) 
En nu in de zomer een stukje aardbeienslof. 

Heerlijk!!!!! Niet van de super of de broodbakker hoor, want als je het verschil niet proeft tussen taart van de super of van de banketbakker, dan hou je geld over. 
Het is de calorieën niet waard mensen, koek en gebak van de super! Niet te hachelen. Koek en gebak komen van de banketbakker. 

Nee, een echte aardbeienslof komt van de goede banketbakker in Beverwijk. 
Hoezo Beverwijk? 
Nou, de aardbei is het symbool van deze stad, waar wij wonen. Vroeger werden hier vooral aardbeien geteeld. 

In onze winkelstraat was een grote groenteveiling. 
De karren van de tuinders werden in de winkelstraat het veilinggebouw ingereden en nadat de zomerkoninkjes geveild waren, gingen ze aan de achterkant weer naar buiten om verder vervoerd te worden. Ik ruik de geur nog, daar in de zomer. 

Zoals ik eerder schreef, geuren brengen je terug naar een plaats of gebeurtenis. De geur van aardbeien hoort voor mij bij Beverwijk. Vakanties in mijn kindertijd. Zorgeloos geluk. 

En bij zorgeloos geluk hoort het vieren van een feestje. 
En bij het vieren van een feestje? Juist!!!!

Taartjes en bubbels. 

Het is zomer. Het is heerlijk weer en vandaag schrijf ik mijn honderdste Lariekoekje. 

Lariekoek? Nee, aardbeienslof!
En echte bubbels. Bij feest een must. 
Een Moëtje zal ik maar zeggen. 

Proost! 

Met groeten uit Beverwijk, 

Rietje Stelder 

maandag 22 juni 2020

Vondelpark

Lieve vrienden, 

Op onze vakantiebestemming Hintergarten, is het een komen en gaan van toeristen op doorreis. Soms komt er een hele buslading tegelijk. Ze komen terug naar de plek waar ze geboren zijn. 

Daar vinden ze vast wel iets te pimpelen, die meesjes. Soms is het ook een zwerm staartmeesjes. De schattige kleine vogeltjes te herkennen aan de lange staart. 

Ze spelen dat het een lieve lust is. Ze komen op plekjes, waar andere vogeltjes niet komen. Iedere keer vermoed ik, dat ze op een bekende plek zijn. 
Ze weten waar ze water en eten kunnen vinden. Ze voelen zich thuis, denk ik. 

Zojuist zag ik de zanglijster. Hij zat te drinken en ging daarna weer verder met het verzamelen van frutseltjes tussen zijn snavel. In tegenstelling tot de meesjes, blijft de lijster niet zitten als ik dichtbij kom. Daarom zag ik niet wat er tussen zijn snavel zat. Takjes of babyvoeding, 

De meesjes vinden dat ik bij de inboedel hoor, denk ik. 
Iets meer naar achteren hoor ik het snerpende geluid van het baltsende winterkoninkje. 

Van hoog uit een boom, hoor ik het gekrijs van de halsbandparkieten. Zij zijn neergestreken in de fruitbomen, waar ze even onze fruitoogst naar z’n grootje helpen. Met één aanpik, bederven ze een appel of pruim of peer. Daar komen weer wespen op af en het verrotte fruit valt op het gras onder de bomen. Nou ja, dan maar weer fruit uit de winkel. 

Gelukkig groeien de tomatenplanten goed en ook de komkommerplant gaat lekker. 
Het is een dagelijkse lust voor oog en oor, die tuin van ons. 

Er is een veelheid van bomen, struiken en planten. Bloemen en fruitstruiken. 
Door de flora, hebben we veel fauna. Maar ook insecten, kikkers, padden, salamanders en muizen en een egel bewonen ons privé park. 
Soms passeert zelfs een vos onze groene oase. 

Het is ons Vondelpark, waar niemand mag komen om te picknicken of te barbecueën. Zelfs niet zomaar een wandeling mag komen maken. 

De plek waar wij mensen ontvangen, die wij graag in onze nabijheid hebben. 
Mensen, die ons lief zijn. Mensen, die we gemist hebben tijdens de Corona tijd. 

Mensen waar we gezellig mee samen willen zijn. Waar we een gesprek mee kunnen voeren over van alles. Zonder op de woorden te letten. Oprechte mensen, die wij vertrouwen. 

Deze mensen weten zelf wel, dat ze altijd welkom zijn bij ons in Hintergarten. 
Ons Vondelpark is alleen toegankelijk voor onze innercircle, vrienden, goede bekenden. Geen uitnodiging ontvangen? 

Dit verhaaltje kan helaas niet als zodanig beschouwd worden. 

Tenzij je een zanglijster of een merel bent. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

zondag 21 juni 2020

Antiek op vaderdag

Lieve vrienden, 

Vaderdag, we deden er nooit aan. 
Mijn vader was mijn held, de liefste van de hele wereld. 
Ooit kocht hij een kastje van de huishoudster van de buurman. 
Honderd gulden betaalde hij. 

Een weekloon in die tijd. 
“Denk erom”, zei hij. “Dat mag je nooit wegdoen. Dat wordt geld waard. Dat is antiek”. 

Van ons huis in Amsterdam ging het eerst naar onze flat, toen naar de zolder van ons huis in Beverwijk. Nu staat het al 27 jaar prominent, in onze hal. 
Met hetzelfde schilderij erboven als bij mijn ouders thuis. Ook van mijn vader. 
Voor het kastje, wilde een antiquair 27 jaar geleden een klein vermogen betalen. Maar hij wilde zo graag, dat ik dacht: Dan geef je vast te weinig. Ik zou het niet verkopen en heb het niet gedaan. Ik hou van dat kastje. Nu is het niks meer waard. Mensen verven zoiets zwart, of grijs. Ik houd het bij het wortelnoten hout. 
Straks, is dat vast een uniek exemplaar. Dat brengt mij bij het verhaal dat ik las in de NRC. 

Een Nederlandse kunstkenner werd door een krasse oude dame van ergens in de 80 ontboden op haar landhuis in Midden-Europa. Zij leefde daar met meerdere honden en vele katten. 

Zij wilde zijn mening eens weten over haar kunstcollectie. De kenner zag wel wat aardige stukken. Mooi en bijzonder. Oh ja, hij moest ook nog een kijkje nemen bij haar Chinoiserieën. En daar stond hij. Bovenop een kast. DE VAAS. 

Naast de kast stonden de benches van de katten en een hoge krabpaal. 
De expert pakte voorzichtig de vaas, die met een onvoorstelbaar vernuft gemaakt moet zijn en zag aan de onderkant het keizerlijk teken. Onmiddellijk maakte hij een foto van de vaas en stuurde deze naar een porselein expert in Hongkong. 
Die zei meteen in het vliegtuig te stappen (pre Corona?) en de vaas persoonlijk te komen bekijken en zonodig aanwijzingen te willen geven om het antieke stuk (nee, niet die dame) in te pakken voor transport. 

Nou, de man was verbijsterd. Een buitengewoon uniek exemplaar van keizerlijk porselein. 

De vaas was ooit door een Nederlander voor een paar honderd gulden gekocht en daarna bij de dame terecht gekomen. Nu moet de vaas uiteraard nog op echtheid gecontroleerd worden, want vervalsers zijn uitermate kundig vandaag de dag. 
Als de vaas echt DE vaas is, zal hij op een veiling tussen de acht en tien miljoen opbrengen. Tussen kunst en kitsch, avant la lettre. 

En dan slaat mijn fantasie op hol hè. Dan zie ik die katten door die tent rennen. Op hun frisgewassen pootjes elkaar nazittend. Over de rugleuning van de Chinese bank, op het bijzondere tafeltje, net langs het Ming bord op standaard, dat even wankelt en dan via de plantentafel op de kast.... 
Mijn hemel, wat er allemaal had kunnen gebeuren…10 met zes nullen aan gruzelementen, stoffer en blik erbij en hoppa in de grijze bak. Of zouden ze daar zoiets niet hebben? Gaat het gewoon op de berg vuilniszakken? 
Gelukkig gebeurde dit slechts in mijn fantasie. 

De vaas is perfect verpakt door inpak-experts en veilig aangekomen in Hongkong. 
Ik zal morgen toch eens bellen over die vaas, uit de Oriëntaalse winkel. 
Hij staat nu nog te verstoffen op een plank in de garage. Maar wie weet? 
Misschien wordt hij op transport gesteld naar Hongkong en kan ik eindelijk uitgeefster worden. 

Zoniet, dan mag hij op transport naar “la Friperie”

Oh ja? Waar ligt dat? 

Nou op de Parallelweg in Beverwijk. Daar heet het Noppes. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

zaterdag 20 juni 2020

Rollentransporteurs er op uit

Lieve vrienden,

Gisteren reden we even naar Amsterdam, om te deli-shoppen. 
Zo eens in de paar weken rijden we naar de Rivierenbuurt om daar, bij mijn oude vertrouwde winkels wat inkopen te doen. Heerlijke dingen, die je alleen in Amsterdam kunt kopen. 

En dan rijd je de snelweg op en slaat stijl achterover van de drukte. 
Het virus is dood , lang leve het virus... 

Er mag meer, dus men doet meer. Zonder te denken, dat het virus keihard terug kan slaan. 
De grenzen zijn geopend voor onze buurlanden en die maken daar dankbaar gebruik van. 
Sie fahren direkt an die Küste. 

Maar ook de andere kant op. De Nederlanders met de sleurhutten. Ach, ach, denk ik dan, wat moet je nou op die camping? Misschien zelfs in Italië? 
Nou, ik krijg filmpjes van ons favoriete hotel in Italië. Daar lopen de kelners met mondkapjes op. Leuk! Gezellig! 
Vakantie. Maar dat is dan ook een mooi hotel. 

Iemand nog naar Texel, dit weekend? 
Nou, dat wordt in de rij wachten hoor. We stonden gisteren weer eens in een heuse file. 

Van manlief hoorde ik, dat er ook gisteren, een wetsvoorstel ingediend is, om zelfs achter de voordeur van mensen, te controleren op samenscholing. 
Echt waar. 

Ja, dat komt natuurlijk omdat ze denken dat het virus, dat weg is, verstoppertje speelt. Dus gaan de controleurs het virus zoeken. Acht, negen, tien, .... wie niet weg is, is gezien. Ik kom!!!!!
Die boete van €4000.- vind ik terecht. 

Lieve mensen, het is nog niet normaal en het wordt niet meer normaal. Dus dan straks niet zeuren over een nieuwe uitbraak hè.!! 

Maar ja, dezelfde eigenwijzen, die bij de aanvang van de lockdown zeiden: “Ik ben niet bang, ik ga toch”, lopen nu weer met de bekende rol onder de arm naar het onaangenaam riekende campingtoilet. 
Heerlijk, zo gemist. 

Het geluid van de plons van de buurman, herkend aan z’n teenslippers, die onder de halve deur uitkomen en de rukwinden van de elegante buurvrouw met haar blingbling slippers. Jaha. Ook te zien. 
En dan de meur!!!! 

Mag ik alsjeblieft nog tot september in eigen huis en tuin blijven? 
Ik hoef niet weg en wil niet. 

Maar wat ik zeker niet wil, is door al die drammerige rollentransporteurs de pijp aan Maarten te moeten geven. 

Maarten kan van alles van me krijgen, maar niet m’n pijp. 

Met zorgelijke groet, 

Rietje Stelder

vrijdag 19 juni 2020

Schoenen

Lieve vrienden, 

Welke vrouw houdt nou niet van schoenen? 
Mooie schoenen, sexy schoenen, stoere schoenen, hippe schoenen, comfortabele schoenen. 

Over de groep met de comfortabele schoen zei Robbie Williams: Women in comfortable shoes. 
En daar bedoelde hij gewoon, vrouwen met vrouwen mee. 

Comfortabele schoenen zijn zelden mooi. 
Mooie schoenen zelden comfortabel. 
Nou ik heb bij ieder tassie, schoenen. Veel. In allerlei kleuren. 
Maar comfortabele, mooie schoenen? Ik denk het niet. Volgens mij staan ze zelfs niet in mijn kast. 

Misschien moet ik maar eens een paar Hugootjes kopen. Super comfortabel. In diverse tinten, met verschillende printen. 

Die witte met blauwe wolkjes vind ik mooi. Leuk onder een koningsblauw pak, dat dan weer matcht met de schoenen. 
Dan neem ik ook een kuif. 

En ga ik vertellen dat ik zo goed ben. Een soort pratende schoenen word ik dan. Voorhoofd in de glim. En daar sta ik dan, te vertellen, dat ik meerdere paren heb en dat ik het lastig vind om te kiezen. 
Dan geloof ik dat iedereen naar MIJ kijkt. 
En dan roep ik opeens dat ik zo geweldig ben en dat ik een goede leider ben, en me kandidaat stel als lijsttrekker. Misschien wel mettertijd de handschoen toewerp aan Mark. 

Hugo!!!!!!???????

Jaha, want ik straal het uit. Wat dan? 
Nou, toen ik beëdigd werd als lid van het kabinet, stond ik daar, “in m’n kracht”.

Op de trappen van het bordes. Benen gespreid. Naast de mannen in keurige kleding, met zwarte schoenen. 
Het beviel goed en ik viel op. 

Helaas hebben we de foto’s nog. Die worden te pas en te onpas getoond. 

Foto’s van de Hugo’s. 
Aan de voeten van een minister. 
Ja. bekend is hij. 
Maar als hij staat te shinen, dan glimmen de Hugo’s harder. 
En hij staat te lachen en denkt: morgen komt er een nieuw printje, ik twijfel nog. Groen of blauw? 
Hugootjes, ze zijn best flitsend, maar als je echt wil shinen, koop dan een paar mooie Santoni’s in plaats van die Hugo’s. 
Misschien zelfs eens iets degelijks. 

Want zeg nou eerlijk. Vind je niet dat je een beetje voor gek stond? 
Als enige op de stoep bij de koning met van die carnavals schoenen. 

Ik moet in ieder geval altijd een beetje om je lachen. Niet toe, maar uit. 

Met een lachende groet, 

Rietje Stelder