zaterdag 20 juni 2020

Rollentransporteurs er op uit

Lieve vrienden,

Gisteren reden we even naar Amsterdam, om te deli-shoppen. 
Zo eens in de paar weken rijden we naar de Rivierenbuurt om daar, bij mijn oude vertrouwde winkels wat inkopen te doen. Heerlijke dingen, die je alleen in Amsterdam kunt kopen. 

En dan rijd je de snelweg op en slaat stijl achterover van de drukte. 
Het virus is dood , lang leve het virus... 

Er mag meer, dus men doet meer. Zonder te denken, dat het virus keihard terug kan slaan. 
De grenzen zijn geopend voor onze buurlanden en die maken daar dankbaar gebruik van. 
Sie fahren direkt an die Küste. 

Maar ook de andere kant op. De Nederlanders met de sleurhutten. Ach, ach, denk ik dan, wat moet je nou op die camping? Misschien zelfs in Italië? 
Nou, ik krijg filmpjes van ons favoriete hotel in Italië. Daar lopen de kelners met mondkapjes op. Leuk! Gezellig! 
Vakantie. Maar dat is dan ook een mooi hotel. 

Iemand nog naar Texel, dit weekend? 
Nou, dat wordt in de rij wachten hoor. We stonden gisteren weer eens in een heuse file. 

Van manlief hoorde ik, dat er ook gisteren, een wetsvoorstel ingediend is, om zelfs achter de voordeur van mensen, te controleren op samenscholing. 
Echt waar. 

Ja, dat komt natuurlijk omdat ze denken dat het virus, dat weg is, verstoppertje speelt. Dus gaan de controleurs het virus zoeken. Acht, negen, tien, .... wie niet weg is, is gezien. Ik kom!!!!!
Die boete van €4000.- vind ik terecht. 

Lieve mensen, het is nog niet normaal en het wordt niet meer normaal. Dus dan straks niet zeuren over een nieuwe uitbraak hè.!! 

Maar ja, dezelfde eigenwijzen, die bij de aanvang van de lockdown zeiden: “Ik ben niet bang, ik ga toch”, lopen nu weer met de bekende rol onder de arm naar het onaangenaam riekende campingtoilet. 
Heerlijk, zo gemist. 

Het geluid van de plons van de buurman, herkend aan z’n teenslippers, die onder de halve deur uitkomen en de rukwinden van de elegante buurvrouw met haar blingbling slippers. Jaha. Ook te zien. 
En dan de meur!!!! 

Mag ik alsjeblieft nog tot september in eigen huis en tuin blijven? 
Ik hoef niet weg en wil niet. 

Maar wat ik zeker niet wil, is door al die drammerige rollentransporteurs de pijp aan Maarten te moeten geven. 

Maarten kan van alles van me krijgen, maar niet m’n pijp. 

Met zorgelijke groet, 

Rietje Stelder

vrijdag 19 juni 2020

Schoenen

Lieve vrienden, 

Welke vrouw houdt nou niet van schoenen? 
Mooie schoenen, sexy schoenen, stoere schoenen, hippe schoenen, comfortabele schoenen. 

Over de groep met de comfortabele schoen zei Robbie Williams: Women in comfortable shoes. 
En daar bedoelde hij gewoon, vrouwen met vrouwen mee. 

Comfortabele schoenen zijn zelden mooi. 
Mooie schoenen zelden comfortabel. 
Nou ik heb bij ieder tassie, schoenen. Veel. In allerlei kleuren. 
Maar comfortabele, mooie schoenen? Ik denk het niet. Volgens mij staan ze zelfs niet in mijn kast. 

Misschien moet ik maar eens een paar Hugootjes kopen. Super comfortabel. In diverse tinten, met verschillende printen. 

Die witte met blauwe wolkjes vind ik mooi. Leuk onder een koningsblauw pak, dat dan weer matcht met de schoenen. 
Dan neem ik ook een kuif. 

En ga ik vertellen dat ik zo goed ben. Een soort pratende schoenen word ik dan. Voorhoofd in de glim. En daar sta ik dan, te vertellen, dat ik meerdere paren heb en dat ik het lastig vind om te kiezen. 
Dan geloof ik dat iedereen naar MIJ kijkt. 
En dan roep ik opeens dat ik zo geweldig ben en dat ik een goede leider ben, en me kandidaat stel als lijsttrekker. Misschien wel mettertijd de handschoen toewerp aan Mark. 

Hugo!!!!!!???????

Jaha, want ik straal het uit. Wat dan? 
Nou, toen ik beëdigd werd als lid van het kabinet, stond ik daar, “in m’n kracht”.

Op de trappen van het bordes. Benen gespreid. Naast de mannen in keurige kleding, met zwarte schoenen. 
Het beviel goed en ik viel op. 

Helaas hebben we de foto’s nog. Die worden te pas en te onpas getoond. 

Foto’s van de Hugo’s. 
Aan de voeten van een minister. 
Ja. bekend is hij. 
Maar als hij staat te shinen, dan glimmen de Hugo’s harder. 
En hij staat te lachen en denkt: morgen komt er een nieuw printje, ik twijfel nog. Groen of blauw? 
Hugootjes, ze zijn best flitsend, maar als je echt wil shinen, koop dan een paar mooie Santoni’s in plaats van die Hugo’s. 
Misschien zelfs eens iets degelijks. 

Want zeg nou eerlijk. Vind je niet dat je een beetje voor gek stond? 
Als enige op de stoep bij de koning met van die carnavals schoenen. 

Ik moet in ieder geval altijd een beetje om je lachen. Niet toe, maar uit. 

Met een lachende groet, 

Rietje Stelder


donderdag 18 juni 2020

Mijn Trouwdag

Lieve vrienden, 

Zojuist zag ik op Facebook een foto van een bruidswinkel in Amsterdam, waar ik als meisje altijd wegdroomde voor de etalage. Als kind zie je die roze wolk steeds maar groter worden, totdat het moment daar is. 

Dit jaar is het in oktober 45 jaar geleden, dat manlief en ik in het huwelijk traden. 

Spannend hoor, de tijd eraan voorafgaand. De flat opknappen, meubels uitzoeken, een trouwdatum prikken en een locatie voor de receptie uitzoeken. 
Wie kwamen er op de gastenlijst en wie niet? 

Voor mij het allerbelangrijkste: het uitzoeken van de trouwjapon. 
Ik kocht in een opwelling, een prachtige zalmkleurige hoed met een geweldige organza rozencorsage erop. 

Iedereen trouwde immers in een “Holly Hobbie”jurk en misschien was dit passend bij een dergelijke jurk, hoewel zo een jurk absoluut niet bij mij paste. Een jurk, die ik ook bewust geen japon noem. 

Op een mooie dag ging ik samen met mijn moeder even in het Utrechtse Hoog Catharijne bij een bruidswinkel kijken en daar zag ik mijn droomjapon. 
Theebeige met plissé mouwen en sleep en afgewerkt met kant langs de hals en in de taille. 
Een plaatje. Maar ja, die prachtige sleep.... en daarbij dan die hoed. Het paste echt niet bij elkaar. 

Dus toch maar niet. We gingen maar eens kijken bij Els Hillenius in Haarlem. 
Warempel, daar vond ik mijn droomjapon. Bijna hetzelfde als in Utrecht, maar dan wit en zonder sleep. Omdat ik toen zo mager was, moest hij aan alle kanten bij elkaar gehouden worden, zodat ik hem kon passen. Uiteindelijk werd een maatje 34 voor me besteld, In Parijs. Ja, het mocht wat kosten. Ik betaalde hem tenslotte zelf en verdiende goed. 

Oh jee, die hoed. Mijn hemel, dat kon echt niet. 
Dus Els bestelde voor mij een plissé pillbox (hoedje) met daaraan vast een sluier. 
Na een zestal weken kon ik de japon komen passen. 
Helaas was ik toen ziek. In de tussentijd had ik namelijk ergens in Verweggistan een tropische darmaandoening opgelopen en de kilo’s waren er weer eens afgevlogen. 

Gelukkig kon ik een paar weken later wel passen. Veel te ruim. Maar dat kon ingenomen worden. Het was een fantastisch geheel. Japon, hoedje. Nog witte schoenen en ik was klaar. Tsja, witte schoenen…. dat was in die tijd een dingetje. Gelukkig vond ik 1 paar in mijn maat. 
De dag voor de grote dag, besloot ik spiritus in de schoenen te gieten en ze aan te trekken om ze uit te lopen. Toen gebeurde er iets vreselijks. De leren voering van de schoen trok door naar de buitenkant en de schoenen vertoonden okergele kringen, die er niet meer uitgingen. 
De volgende morgen moest ik al vroeg naar de kapper in Amsterdam en mijn moeder bracht radeloos mijn gele schoenen naar de winkel. De vriendelijke winkelier heeft ze witgeverfd en ze waren precies op tijd droog. Zelf was ik in de straat van mijn kapper, met mijn pillbox met sluier al op mijn hoofd bevestigd, een schoenenzaak binnengelopen. Grote hilariteit op straat en in de winkel natuurlijk en daar kocht ik voor weinig een paar zilverbrokaten slofjes. Uiteindelijk het succes van de dag! 
Tevreden in mijn rode fiatje naar Beverwijk gereden. Bij ieder stoplicht werd er getoeterd naar de bruid achter het stuur. 

Wat ik niet wist, was dat manlief bij het jacket verhuurbedrijf, in Haarlem, de verkeerde maat broek kreeg. Hij kwam tot z’n kuiten. Ook dat probleem werd op het allerlaatste moment verholpen. 
Toen kon er niets meer fout gaan dachten we, onafhankelijk van elkaar. 

De bestelde witte Mercedes trouwauto, zou versierd worden met roze rozen. Net als in mijn boeket. 
Toen de auto met mijn bruidegom voor de deur van mijn huis stopte, kwamen de tranen. 
De witte auto was jammer genoeg niet beschikbaar, dus kwam er een okergele taxi met zwart dak en oranje bloemen. 
Al met al, werd het een dag met een okergeel randje. 
Maar wel de eerste dag van een gelukkig huwelijk dat nu al bijna 45 jaar duurt. 

En okergeel? Nog steeds een kleur die mij vrolijk maakt. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

woensdag 17 juni 2020

Actie voeren

Lieve vrienden, 

De afgelopen week zagen we vele malen de beelden van demonstraties. Black Lives Matter. Ja natuurlijk, denk ik dan, IEDER leven doet ertoe. 

Maar er viel me iets op. Iets geks. De blanke demonstranten zijn vooral meiden. Jonge meiden. Studentes. 
Waarom zou dat zijn? 

Zou het komen, doordat ze zich eindelijk aan het ouderlijk gezag ontworsteld hebben en zich willen doen gelden? 
Laten zien en horen, dat ze ergens een mening over hebben. 
Laten weten: ik was erbij? 
Want ook de selfies van de demonstranten waren niet van de lucht. 

Bijzonder, dat ze zo trots zijn op hun recht op demonstreren, dat ze er een selfie van maken. 
Die foto gaat nooit meer van internet af. Ik zag hem op Social Media, 
en of dat nou altijd een voordeel is? 
De toekomst zal het leren. 

Maar meiden, zullen jullie ooit terugkijken en zeggen: ik was erbij? 
Want hoe zie je jezelf over dertig jaar? Je demonstreert voor het in jouw ogen goede doel. 

Maar het feit, dat je demonstreerde, kan ooit tegen je werken. 
Ik prijs me zalig, dat er in mijn jonge jaren geen Instagram enz. was. 

En dan de Greta’s van deze wereld. Het zit vast in de naam. Want ik denk meteen aan Gekke Greetje, zoals Youp ooit Gretta Duisenberg noemde. 
Het zijn actievoerders pur sang. 
Milieuactivisten, die een mening niet alleen uiten, maar deze ook aan anderen op willen leggen. De wereld bewust maken van hun gelijk. 

Vroeger werd er gedemonstreerd tegen kernenergie, nu zou het weleens DE oplossing kunnen zijn voor vele milieumaatregelen. 

Hoe komt het toch, dat de meeste vegetariërs vrouw zijn? 
Lief, schattig, eet ik niet...
Zo lief en schattig dat het in een hok in tuin of op balkon terecht komt, in plaats van in het wild. Echt, dat begrijp ik dan weer niet. 
Als ik beelden uit de vleesverwerkende industrie zie, word ik onpasselijk en denk ik: geen vlees meer! Maar dan denk ik aan een sateetje van de haas en eet ik morgen weer vlees hoor. 
Inconsequent is het zeker, maar ik vind het bij tijd en wijle nou eenmaal lekker. 

Het blijft ook een vraag voor mij, waarom zoveel vrouwen last hebben van gluten of lactose intolerantie. Hoorde je vroeger toch nooit? 
En dan heb je ook nog de veganisten. 

Wil je reserveren bij een restaurant, vraagt degene die erover gaat zal ik maar zeggen, of er nog dieetwensen zijn. 

Moet zo een wicht zeggen: 
“Ik heb gluten en lactose intolerantie en ik eet veganistisch”. 

Nou, dan zeg je als restauranthouder toch alsnog:

“Ach helaas, ik zie dat we volgeboekt zijn”. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder 


dinsdag 16 juni 2020

Wie ben ik?

Lieve vrienden, 

Vandeweek vroeg iemand aan me of ik mijn lariekoekjes uit boeken haal. 
Nee hoor, ik schud ze uit mijn herinneringen. Mijn geheugen zit vol met trefwoorden, geuren en kleuren. Meestal positieve, soms ook negatieve herinneringen zijn opgeslagen onder een bepaalde noemer. En daarop berust mijn persoonlijkheid. Degene die ik echt ben. Ook zei iemand anders, dat ze me van een heel andere kant leert kennen. Dat het totaalbeeld veranderd is. 

In de verplichte retraite, die het virus ons oplegde, ben ik weer meer mezelf geworden. Hoewel ik dat meestal ben, zien mensen mijn echte IK niet. 
Lichaamstaal, ik zag vrijdag deze kop boven een artikel in de digitale T staan. Het bracht mij terug naar mijn cursus. Vriendin zei meteen, dat zij het boek jaren in de boekenkast had staan, door mijn enthousiaste verhalen. Ze vond het nu jammer dat het kwijt was. Andere vriendin maakte foto van artikel in de T. 

Maar het is geen plagiaat. Het steekwoord gaf mij inspiratie en bracht mij ruim 45 jaar terug in de tijd. Zo oud? Ja! Het artikel gaf mij een aanvulling. 

Als ik in mijn herinneringen opslag duik, begin ik met geuren. 
Geur….
Het Maja parfum. WALGELIJK!!! 
Letterlijk. Ik had een schooljuffrouw, die de geur om zich heen had hangen. Ze camoufleerde daarmee de geur uit haar mond, die je rook als je dichtbij kwam. 
Door mijn perfectionisme en onzekerheid, had ik als klein meisje, problemen met naar school gaan. 
Op iedere hoek van de straat moest ik kotsen. Dan kwam ik de school binnen en daar was de geur van het “stinkie” (camouflage Maja) van juf. Camouflage van de slechte eigen verzorging. Niet gedoucht, geen tandjes gepoetst. 

Nu, kom ik nog weleens ergens, waar Maja in trek is. Vandaag de dag nog steeds. Doe ik de deur open. Daar hangen jassen met DE geur. Dan heb ik de neiging om rechtsomkeert te maken. 
Ik moet ervan kokhalzen. 

Is er Maja in mijn huis geweest en mijn zoon komt, roept hij: “Getver, het ruikt hier naar bejaard”. Echt, ook hij heeft dat. 

Gloria Vanderbilt. Ook zoiets. Bah, bah, bah!
Chrystal van Chanel brengt me terug naar een ziekenhuis opname, bijna 40 jaar geleden. 

Ik gebruik zelf een geurtje, dat weinig mensen kunnen ruiken. Maar als iemand het wel ruikt...Daarvoor ben ik zeker al honderd keer op mijn schouder getikt: “Mevrouw, mag ik u iets vragen? Welk geurtje gebruikt u? Het ruikt zo lekker”. 
Ik moet bekennen dat ik het zelf ook zo ontdekt heb. Mijn gezinsleden ruiken het geen van allen. Vreemd hè. Ja, het is een niche geur. Slechts op enkele plaatsen in Nederland te koop. 

Zweet…. Dan zei mijn moeder:” Die mevrouw in de paskamer hiernaast heeft hutspot gegeten”. Dus ik lust geen hutspot. Vanwege de geur. Zo vies. Dan zegt iemand: “Ik ben op de fiets” en denk ik: dat ruik ik. Moet je nagaan als iemand een zweetlucht probeert te verdoezelen met Maja. Dat trek ik niet. Echt niet. 

Er is nog een geur, die ik niet trek. Ik weet niet hoe hij heet, maar in zwang bij jonge meiden. Dikwijls gekleed in synthetisch spul. Daar blijft het zo lekker in hangen. 

Afbeeldingen......
Een foto van een gebakken ei, doet mij het water in de mond lopen. Zo ook een afbeelding van een bord met Pasta Vongole. 
Ach, ik heb een vreemde stijl. 
Stijl....

Wat betreft kleding, ik kan bij wijze van spreken op een jurk van een goedkope winkel een sjaal dragen, die een veelvoud van de jurk kost. Daarmee geef ik er m’n eigen draai aan. “Het hoeft niets te zijn, als het maar wat lijkt”, is een gevleugelde uitspraak van mij. 

Als iedereen het huis inricht met Riviera Maison spullen, hoef ik het niet. 
De hedendaagse bewondering voor retro meubels en behang. VRESELIJK!!! Ik kan het niet verklaren, maar ik vond en vind het niet mooi. Krijg er een raar gevoel van in de maag. Geef mij maar spullen van mijn overgrootmoeder en ik zet er iets van de kringloop naast. 

Boeken....
Ik lees veel boekrecensies en weet dan intuïtief of het iets voor mij is. Hoor ik iemand weer eens praten over de boekenserie “de Zeven Zusters” dan wil ik het niet lezen. 
Niet mijn ding, lezen wat iedereen leest. 
Maar zie ik iets over een bekende plaats in Italië of de buurt waarin ik opgegroeid ben, dan wil ik, nee moet ik het lezen. Krijg ik soms ook nog contact met de schrijfster. Kijk, dat vind ik nou bijzonder. Daarom lees ik graag boeken van Nederlandse schrijvers. 

Tsja. En dan krijg ik een boek kado......goh, ken ik niet. Ja, ik heb gehoord dat het goed is…. Dan wil ik heel hard roepen: “Ik heb al een boek! “

Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. 
Over smaak valt niet te twisten hoor. Maar ik voel me senang met m’n eigen dingetjes. 

M’n tuin….
Nooit aangelegd door een tuinarchitect, maar uit mijn brein ontsproten met als basis de grote, zeer oude bomen. Bomen met een verhaal, aangevuld met een stukje fantasie van mezelf. Tikkie van dit, stukje van dat. Daar iets hoger, hier wat lager. 
En dan laat ik het gebeuren. En verdomd, het wordt zoals ik hoopte. 

En zo, met mijn eigen dingetjes om me heen, ben ik blij dat ik in deze tijd echt mezelf kan zijn. 

Wat ik wil delen, deel ik. 
Wat ik niet wil vertellen, vertel ik niet. 

Dus laat me mijn eigen gang maar gaan en ik schrijf wat er in mij opkomt bij het lezen van een steekwoord of het ruiken van........?
Toen ik dit lariekoekje aan manlief voorlas, liet hij mij een artikel in de NRC lezen. Over de neus. Toeval! Ik had het niet gezien, laat staan gelezen. Ik leerde hieruit dat een ongeboren baby al geuren kan ruiken. Vandaar dat ik de geur van sinaasappel zo fijn vind. 
En dat een geurtje vermengd met de eigen lichaams- geurmoleculen, ieder mens z’n unieke geur geeft. 
Het verklaart, waarom ik “Het Parfum” van Patrick Süskind, nog steeds het beste boek vind, dat ik ooit las. 

Ik heb al een boek! 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder 




Asperges

Lieve vrienden,

Omdat het wat betreft het seizoen nog net kan, wil ik graag een gedicht met jullie delen van Jacques en Richarda Roosebrand van restaurant 
“Les Quatre Canetons”

Een vriendin deelde het met mij en ik vond het te leuk, om niet naar jullie door te sturen

“Aspergelief, aspergeleed...”

Ik lig met jou in hetzelfde bed,
wij slapen wel rechtop,
jij steekt er net iets bovenuit,
nog net geen blauwe kop.

Stapel ben ik op jouw lijf,
dat mag je nu best weten,
ik vind je echt een reuze wijf,
gewoon om op te vreten.

Ik droom de hele lange nacht
aan een stuk door van jou,
ik zie een maagdelijk witte bruid,
klaar voor de ondertrouw.

Maar dan wordt plots die droom verstoord,
van schrik staan we stokstijf,
het gebeurt op klaar verlichte dag,
een mes gaat in ons lijf.

We worden in een kist gelegd,
en snel daarna gewassen,
mijn rug is krom, de jouwe recht,
jij bent van eerste klasse.

Nog even zijn wij bij elkaar,
daarna zal het nooit meer lukken,
want jij gaat naar het buitenland
en ik kom bij de stukken. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

zondag 14 juni 2020

Lichaamstaal

Lieve vrienden, 

In het land van ooit, volgde ik bij de KLM een sociale-vaardigheidstraining. 

Deze vijfdaagse cursus werd gegeven op basis van het boek: I’OK, You’re OK. 
Een boek uit 1967 en op de Best Seller list van The New York Times gekomen in 1972, tot 1974. 

Alle cursisten verbleven gedurende de training in een hotel in Badhoevedorp. 
We waren met een groep van acht. Twee vrouwen en zes mannen. Daarbij nog twee trainers. 

Met behulp van theorie en rollenspellen, leerden we wat de lichaamstaal van een persoon inhoudt. 

We leerden deze taal te lezen en te spreken. 

Het was een cursus, die mij veel inzicht heeft gegeven in de bedoeling van de medemens, met wie ik te maken had. Zo leerden wij om te gaan met allerlei onverwachte situaties in zowel werk als privé. 

Jaren heb ik de voorbeelden bewust in mijn doen en laten toegepast. 
Totdat het een automatisme werd. Een interessante leer, die van de lichaamstaal. 

Tegenwoordig weet men dat de lichaamstaal vanuit de hersenen komt. 
De rechterhelft van het lichaam staat in verbinding met de linkerhersenhelft. De rationele kant. De persoonlijke emoties in de rechterhersenhelft worden geprojecteerd op de linkerhelft van het lichaam. Zo las ik in een krantenartikel, dat bij iemand met veel stress, het linkeroog in de loop der jaren kleiner wordt, dan het rechter. Typisch toch?

Kun je de lichaamstaal van de ander lezen, dan weet je dat de persoon tegenover je het hoofd naar links draait en je dus met het rechteroog aankijkt, als hij (of zij) jouw informatie goed wil opnemen en analyseert. 
Met de kin omhoog betekent: “Wat moet je? “
Wanneer degene tegenover je met over elkaar geslagen armen zit, betekent het zoiets als: lul maar tegen m’n kont, want m’n kop is ziek. De persoon sluit zich af en zal zich niet snel conformeren aan jouw mening. 

Hetzelfde geldt voor over elkaar geslagen benen. Dicht, niet open voor informatie. 
Leunt de persoon ontspannen naar voren, dan is hij geïnteresseerd in jouw mening. 

Lichaamstaal. Ieder mens zendt onbewust signalen uit. 
Het uitzenden van deze signalen kun je niet leren. Het gaat vanzelf. 
Leren om ze te lezen kun je wel leren. 

Ik ben blij dat ik ooit die cursus van de KLM volgde. Behalve bevriende collega’s heeft het me veel mensenkennis opgeleverd. 

De lichaamstaal van de gesprekspartner maakt me vaak waakzaam. Wanneer ik spreek in het openbaar, kijk ik naar mijn toehoorders en zie ik, of ze me willen “verstaan”.

Lichaamstaal maak, dat ik op mijn hoede ben. 

Behalve bij de kleine groep mensen, die echt eigen zijn. Die ik vertrouw. Daar hoef ik niets aan te lezen. Pas als ze anders doen, begin ik me af te vragen wat er is. Andersom is dat ook zo. “Mam, is er iets?” vraagt mijn zoon dan. Dan roept de veranderde lichaamstaal ons gewoon bij de les. Zoals ik dat bij de meeste “vreemden” ben. Oplettend. 

Maar in huiselijke kring gaat over het algemeen alles vanzelf. Zijn we allemaal onszelf. 

Daar ken ik het boek van ieder lijf. 
Daar kan ik zeggen:

“I ‘m OK, You’re OK”

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder