zondag 17 mei 2020

First Dates

Lieve vrienden, 

Omdat wij de dame, die ‘s avonds om 7 uur op tv de plek invult van Matthijs, niet zo leuk vinden, kijken wij tegenwoordig naar het programma First Dates. 

Tot acht uur, want dan begint het journaal en je moet ons niet uit het normale ritme halen. Erg hè. Zo houden wij het nou eenmaal het langst vol. 

First Dates. We zagen het al vaak langskomen bij Pauw. Dat waren dan korte scènes, die wij wel amusant vonden. 

Nu is het dus een vast onderdeel van ons dagprogramma geworden. 

Dames en heren, die op zoek zijn naar een partner, worden zorgvuldig geselecteerd om een avondje op date te gaan met iemand, die mogelijk bij ze zou kunnen passen. 
Je kunt je voor het programma opgeven en dat wordt massaal gedaan. 
Jong, oud, hetero, homo.... 

De kandidaten worden door een ietwat glijerige doch vriendelijke portier ontvangen. 
Wat zie je er mooi uit.... Kom je van ver? 

Dan mogen ze plaatsnemen aan de bar, waar ze ontvangen en van een drankje voorzien worden door een niet onappetijtelijke barman. Tot m’n verbazing wordt er vaak Ice tea besteld of in het andere uiterste geval slaat men in no time een paar cocktails achterover, alsof het ranja is. 

Dan komt de date binnen. Wij zijn al even benieuwd als degene die zit te wachten. Toch denken we steeds aan dat potje en dat dekseltje. Hoe vinden ze ze bij elkaar. Hoe bestaat het. Echt zo goed uitgezocht. 

Dan worden ze aan tafel geplaatst en wordt een keuze gemaakt voor het diner. Dat levert dikwijls hilarische momenten op. Zoals een meisje dat steil achteroverslaat, als de jongeman zegt dat hij vegetariër is. Nou, zij niet hoor. 

De stellen praten over koetjes en kalfjes en als een meisje vertelt, dat ze graag reist, vraagt de stoere bink tegenover haar: En? Heb je al veel gerezen? ...... ja echt, dat vroeg hij.... Ik heb het zelf gehoord. 

Het was zo een leuke jongen met zo een gezellige babbel en zo nerveus, terwijl hij het prototype van de lekkere stapper leek, dat ik het hem meteen weer kon vergeven. De jonge dame was van hetzelfde niveau, maar vond vast van niet. Zij hoefde hem niet. Ze gingen na afloop nog wel even een drankje doen, gewoon effe gezellig de stad in???

Bij de meeste stellen is van emancipatie geen sprake, als het op afrekenen aankomt. Het overgrote deel van de dames, laat de heer alles betalen om hem hierna resoluut een droom armer te maken en hem af te wijzen. 

Laatst was er een ouder stel. Mevrouw leefde helemaal op, toen de man vertelde, dat hij een huis in Portugal had. Oh, daar kunnen we fijn samen heen, zei zij. Het lag er zo dik bovenop dat zij een golddigger was, dat hij haar meteen maar uit de droom hielp. Niet zijn type, zei hij. En hij had gelijk. 

Maar gisteren werd ik bijna emotioneel, toen twee bejaarde heren elkaar vonden. Je zag de verliefdheid in hun beider ogen. De ene man was vitaal en 74, de ander 84 en zeer slecht ter been. 
Ze zagen elkaar helemaal zitten en wij waren daar getuige van. Voor beide mannen was alles perfect en klopte het. Ze kusten elkaar terwijl ze elkaars handen vasthielden. Wat fijn!!! De oudste van de twee moest, bij het verlaten van de zaak ondersteund worden naar zijn rollator, die in de garderobe geparkeerd stond. 

Volgens mij leefden ze nog lang en gelukkig. 

Zo zie je maar, voor de liefde ben je nooit te oud. 

En een mens is nooit te groot om voor zo een programma de neus op te halen. 

Met hoopvolle groet,

Rietje Stelder


zaterdag 16 mei 2020

Fondue

Lieve vrienden, 

Vanmorgen las ik een verhaaltje van iemand, die heur haar verschroeide door ermee in de vlam van een brandende kaars te hangen. 
Ze was erg geschrokken, maar ze had gelukkig geen kunstvezel pruik op. 

Toen ik werkzaam was bij de KLM moest ik ieder jaar een Flight Safety examen doen. Onderdeel daarvan was, het op verschillende manieren leren blussen van een kleine of iets grotere brandjes. Dat gebeurde in een groot zwartgeblakerd hok, waar altijd een brandlucht hing. 

Dat vond ik niet erg, want in die tijd rookte ik als een schoorsteen en ik rook naar een overvolle asbak op de late avond. Als roker heb je er helemaal geen erg in dat je naar rook ruikt. Je weet niet, dat een niet roker het op grote afstand ruikt. Echt je hebt geen idee. 

Verbaasd vroeg ik me altijd af, waarom een arts altijd vroeg hoeveel ik rookte en niet OF ik rookte. Ik kwam tenslotte net onder de douche vandaan en had schone kleding aan. Lieve rokers: het komt uit je poriën!!!! 
In Frankrijk wordt het vermengd met een kaasgeur en in Turkije met de penetrante knoflookgeur. Walgelijk....Maar ik dwaal af. 

Je ruikt het en ziet het aan de grauwe huidskleur van de roker. Soort asblond, maar dan op je gezicht. Dus rokers, dan weet je het. Ik rook al 18 jaar niet meer en als ik kon stoppen, kunnen jullie het zeker. 

Brandblussen dus....
Na jaren oefenen raak je er zeer bedreven in en weet je instinctief hoe je een bepaald brandje moet blussen. Bekertje water erover, wollen deken/blusdeken erover, brandblusser gebruiken of toch maar 112 bellen. 
Op tijd ontdekt is de schade meestal te beperken. 

Ik heb overal rookmelders in huis en naast de slaapkamer ramen gietijzeren kandelaars, om het raam stuk te slaan, als er brand is bij de trap. En uh, nooit de wasdroger aan laten staan als je niet thuis bent. 

Ooit, bij een feestelijke gelegenheid in het huis van mijn schoonmoeder, was alles in gereedheid gebracht om te fonduen. Heerlijk vlees, stokbrood sausjes, salade. Gezellig! Een spiritusbrandertje geplaatst op een houten onderzetter hield de hete olie in de emaille fonduepan op temperatuur. 

Het fonduestel had z’n beste tijd allang gehad en het brandertje vertoonde zo hier en daar wat roestplekjes. Je raadt het al: er drupte spiritus op het houten plankje van het fonduestel. En er ontstonden wat vlammetjes. 

Mijn heldhaftige, doch lijkbleek weggetrokken, schoonbroer riep heel hard:
“Brand!!!” en gooide met een zwier het raam open, met het plan, het hele zootje naar buiten te kieperen. De nylon vitrage wapperde de kamer al in. 

Nog net voordat hij de pan met brandend plankje op kon pakken, had ik de olie afgedekt met een snel gepakt deksel en doofde ik het vuur op de plank door het te smoren met een katoenen theedoek. Gewoon zonder in paniek te raken. 

Mijn schoonmoeder had een elektrisch fonduestel, nog ongebruikt, in de doos staan. Deze werd niet gebruikt, omdat ze dat moderne ding verafschuwde. Zo hoorde het niet. Ze vond het andere altijd zo knus, vanwege het brandertje en het vlammetje….

We hebben het vet overgeheveld in de elektrische pan en zijn doorgegaan met de kostelijke vleesfondue. De in paniek ontstane bende, hebben we later opgeruimd. 

Het oude fonduestel, oranje met paarse bloemen erop geprint, werd klaargezet voor bij het grofvuil. De volgende morgen was het meegenomen door een morgenster. 

Ik hoop van harte dat ze de pan als retro bloempot wilde gebruiken...

Met hoopvolle groet,

Rietje Stelder


vrijdag 15 mei 2020

Stroppenpot

Lieve vrienden,

Gisteren hoorde ik op het journaal, dat een bank een stroppenpot heeft waarin deze bank 1,1 miljard euro opzijgezet heeft voor stroppen door Corona. 

Stroppenpot. 
Wat een schitterend woord. Dat is een woord, dat ik meteen noteer, omdat ik er iets mee wil. 

In de eerste plaats is het natuurlijk weer geweldig voor Wordfeud of Scrabble. 
Maar ook een heerlijk woord om mee of op te rijmen. 

Even kijken bij de rijmwoorden. 

“Een spaarzaam gebruik verhoogt het genot, dan blijft hij gevuld, de stroppenpot”.

Zo kan ik uren doorgaan. Rijmen, nog leuker dan verhalen schrijven. 

De stroppenpot. Iedereen zou er een moeten hebben. 

Van huis uit heb ik geleerd, altijd genoeg geld achter de hand te hebben voor een nieuwe wasmachine, of iets anders noodzakelijks. 
Iedere maand of week iets opzij leggen voor noodgevallen. Want dat soort grappen komen altijd in drieën of meer. 

Toen het behoorlijk koud was, ergens in januari, gaf onze cv-ketel de geest. Op een zondag. 
De storingsdienst monteur kwam en keurde hem meteen af. Wij in de kou. Heel akelig. Noodgedwongen de rest van de dag bij de kinderen gezeten. 

Met veel moeite kon op woensdag een nieuwe ketel geplaatst worden. Met een elektrisch kacheltje en de open haard hielden we ons in de kamer warm. Maar boven? Brrrrr. 
De monteur waarschuwde, dat ook de grote boiler op zolder binnenkort de geest zou geven. En ja hoor, volgende dag stroomde het water in de badkamer uit de spots in het plafond. Jullie raden het al: nieuwe boiler. 
Toen begaf de wasmachine het. Dit alles in een tijdsbestek van een week. Echt waar. 

Wat waren we dankbaar dat we het konden betalen. 
Al jaren hadden we geen beroep hoeven te doen op het potje. Daarom was het gelukkig dik genoeg. 

Hoe je kunt sparen? Denk groot, begin klein. Gooi aan het eind van de week het kleingeld uit je portemonnee in een pot. Straks als er weer geld gebruikt wordt en het zwart beschimmelde geld weer kan rollen. 

Of doe bij de supermarkt de euro van het karretje, iedere keer in een potje. Kijk maar eens hoe het oploopt. 
Leg je benzine geld opzij. En het geld dat je uitspaarde door niet naar de kapper te gaan. Dat gaat al beter hè? 

Zo kun je met kleine of wat grotere stappen een stroppenpot opbouwen. 

1,1 miljard gaat niemand lukken, maar een spaarpotje voor je kan niet weten, moet je zo wel aan kunnen leggen. 

En een keer uit eten als het weer kan? 
Daarvoor mag je best een keer iets uit de stroppenpot halen. 
Dan kijken we allemaal wel even een andere kant op. Maar doe dit niet te vaak, anders is het snel weer leeg en dan heb je een strop bij een strop. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder


donderdag 14 mei 2020

Dierenliefde

Lieve vrienden,

Daarnet las ik een bericht in de krant dat Zafar, de Dolfijn, die met een zeilschip mee gezwommen was naar de haven van Amsterdam, dood aangetroffen is op het strand van Wijk aan Zee. 
Een bericht, dat mij raakte. Ik ben het type mens, dat naar een film kan kijken en denkt: “Iedereen mag dood, behalve de hond.”

Bij de faculteit Diergeneeskunde gaat men uitzoeken, wat de doodsoorzaak van de Dolfijn is. 

Het dier vertoonde natuurlijk al wat langer vreemd gedrag, door zich te hechten aan het zeilschip. Zozeer, dat er meegevaren moest worden om het arme beest via de sluizen terug naar zee te brengen. 

Men opperde zelfs, dat het beest verliefd was op het schip. Zou natuurlijk kunnen, want liefde maakt blind, zegt men. 

Misschien, voelde het beest zich al ziek en zocht hulp bij de mens, denk ik dan. 
Dat zie je dikwijls gebeuren. 

Soms is het andersom. Dan keert het beest zich af van de mens, omdat het einde nadert. Van katten is bekend, dat ze een rustig plekje zoeken om in eenzaamheid te sterven. 

Wanneer een hond altijd trouw is geweest aan de baas, wil de hond niet de laatste uren met de baas doorbrengen, als deze door een ziekte, stervende is. Een hond voelt de naderende dood. Dit heb ik zelf meegemaakt. Mijn zus en haar hond, waren onafscheidelijk. Toen zij ongeneeslijk ziek was, kwamen ze samen een poosje bij ons wonen. 
De dag voor haar overlijden, wilde haar hond opeens niet meer bij haar in de buurt zijn en niets meer van haar weten. 

Door bij mij op schoot te springen en de kop in mijn hals te vleien, zocht haar hond troost bij mij. Zo hebben we toen samen een potje gejankt. De hond en ik. Gelukkig heb ik die troost kunnen bieden en daardoor heeft deze hond zich ontpopt, als mijn liefste hond ooit. Wederzijdse liefde, ontstaan door het zoeken naar troost bij elkaar. 

Misschien heeft de arme Dolfijn geprobeerd troost te zoeken bij een ander schip omdat hij zijn geliefde schip zo miste. Gestorven met een gebroken hart. 
Na een botsing met het vreemde schip? We weten het na de autopsie bijna zeker. 

We zullen misschien nog een keer over de verliefdheid horen, maar of dat waar was???

Dierenliefde. 
Soms is het wederzijds, soms komt het slechts van één kant, maar als het er eenmaal is, is het onvoorwaardelijk. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder


woensdag 13 mei 2020

Daaag! Coupe Corona

Lieve vrienden,

Vandaag was het Kapper-dag. 

Vanaf 16 maart geen autogereden en nergens geweest, behalve een rondje met de auto met manlief. 
Zomaar een beetje gespannen was ik ervoor. 

Autorijden verleer je gelukkig niet, dus op naar IJmuiden. 

Nou is het bij mijn kapper altijd al schoon, want z’n vrouw is heel erg netjes en poetserig. Maar dit was boven alle verwachtingen. 

Anders dan vermeld in de krant, slechts 2 klanten tegelijk in de zaak. Samen met de 3 mensen die er werken dus maar 5 personen binnen. 
Geen gebruik van toilet (wist ik) Bij binnenkomst handen desinfecteren, wegwerp kapmantel om, wegwerp handdoek om. De kappers droegen mondkapjes en handschoenen. 

Na het wassen werd de stoel bij de wasbak ontsmet, en nadat de andere klant weg was, werd ook die plek en al het materiaal ontsmet. 

Pakketten met nieuwe voorraad moesten buiten neergezet worden. 

Er lagen geen boekjes en bij het pinapparaat stond een schaaltje wattenstaafjes, om het apparaat veilig te bedienen. 

Wat ben ik gelukkig met deze hardwerkende, lieve mensen, die het zo moeilijk gehad hebben en nog steeds zoveel moeten investeren om alles volgens de regels te kunnen doen. 
Ik kom al jaren in deze zaak en mijn bangigheid was volkomen onterecht. Hier in ieder geval wel. 
En volgens de reacties thuis, kan ik weer voor de kraam om. 
Eindelijk zie ik weer een bekende, als ik in de spiegel kijk. 

Dag, coupe Corona, ik heb dankzij de fantastische service van deze lieve mensen de eerste stappen in de anderhalve meter maatschappij durven zetten. 

Bedankt daarvoor, lieve kappers.
Op deze manier heb ik er vertrouwen in, dat het eens weer goed komt. 

Met hoopvolle groet, 

Rietje Stelder

dinsdag 12 mei 2020

Bangig ben ik

Lieve vrienden,

Bangig. Dat ben ik. 

Langzaam “mogen” dingen weer. 
De basisschoolleerlingen mogen weer beginnen. Kappers, fysio en nog een aantal beroepstakken, mogen weer aan de slag. 

Doodeng vind ik het. Want onze onzichtbare vijand is niet weg en is ook niet ingedut. 

Verre van dat. Hij is gewoon nog net zo aanwezig als twee maanden geleden. Niets aan veranderd. 
Er zijn minder besmettingen per dag, minder doden. Maar dat komt niet, omdat het virus niet meer zo hevig is. 
Het komt, doordat mensen hun gedrag aanpasten. Ze gingen nergens heen, hielden zich redelijk aan de regels en wasten hun handen vaker. 

Afgelopen zaterdag, een prachtige zomerse dag, zag ik een foto van de Amstel in Amsterdam. De mensen zaten hutjemutje aan het water. Plaid mee, biertjes mee en hadden lol. Hun goed recht en natuurlijk begrijp ik het wel. Mensen willen graag dat het weer is, zoals het was. De gezelligheid in vrijheid. 

Ze wonen wellicht in een klein flatje, ergens in onderhuur, betalen daar een vermogen voor, maar hebben geen “buiten”. Eigenlijk wilden ze naar het strand. Maar omdat de treinen te vol waren, kon dat niet meer. 

Nu deden ze, wat mensen normaal ook doen in Amsterdam. Hangen, wijnen, bieren. Allemaal op een kluitje. En ja hoor, helemaal vergeten van die vijand. Na wat lacherige kleffe omhelzingen, klinkt het berouwvolle: ”oh jeetje, sorry”. 

Zo gaat het niet alleen in Amsterdam, maar in heel Nederland, als de zon schijnt en er meer “mag”. Men wil het gewone leven terug. Begrijpelijk, maar het onzichtbare virus slaat zijn slag. Tijdens de kleffe omhelzing klampt het zich vast aan de wang van degene die omhelst wordt. Bij de volgende omhelzing vindt het een nieuwe gastheer....

Onze minister-president moet duidelijk zijn. Het kan nog niet, het mag nog niet en we gaan het controleren. Tegen de vele Nederlanders kun je niet alleen maar zeggen: “Het mag, mits.”. Want dat mits, kent men niet. Erkent men niet. Hoezo mits? Ja, dáág!

In het OV worden mondkapjes verplicht. Men rolt over elkaar heen met het fabriceren van modieuze, maar volkomen zinloze kapjes. De echt veilige zijn voor de zorgmedewerkers, voor wie er nog steeds geen overvloed is. De modieuze kapjes geven een schijnveiligheid. Kijk mij, ik houd mij aan de regels…Ondertussen houdt het kapje niets tegen. 

De kappers zijn hun planning aan het maken. Eerlijk gezegd heb ik ook meteen een afspraak gemaakt en vind het doodeng. Echt, eigenlijk ging ik liever niet. Ik zag dat mijn kapper met een soort rookblazer z’n zaak gedesinfecteerd heeft. Volgens mijn zoon doodt dat van alles, maar geen virus. Schijnveiligheid dus weer. 

Manlief fietste net langs zijn kapper en zag dat ze in de zaak bezig waren. Hij stapte binnen, maakte een afspraak en zijn kapper vertelde, het spannend te vinden. Alsof het een eerste schooldag betreft. 

Toen m’n man thuiskwam, vroeg ik of hij z’n handen gewassen had. Nee, zei hij, ik ben nergens aan geweest. Ik heb alleen met ze gepraat......Ja maar, sputterde ik. (Want stel je voor dat ze de adem van iemand, die iemand omhelst heeft, ingeademd hebben)

Gelukkig waste hij meteen z’n handen, toen ik het vroeg. 
Ik moet er duidelijk in zijn. Voor mezelf en voor anderen. Ik heb een beetje smetvrees, altijd een gelletje bij de hand en wil geen contact met degenen, die toch naar de markt gaan en praatjes maken met die vele anderen. Degenen die denken het niet over te brengen, terwijl ze fluitend met de handen op de rug een wandeling maken. Degenen die nergens aan kwamen en tijdens die wandeling een andere tuinfluiter tegenkwamen. 

Stel dat de tuinfluiters met consumptie spraken...Ooooh, zo eng. Ik zeg het eerlijk:

Ik ben gewoon bangig!

Met hoopvolle groet,

Rietje Stelder


maandag 11 mei 2020

Moederdag

Lieve vrienden,

Gisteren was het Moederdag. 

Mijn moeder hield ervan. Van alles wat erbij hoorde. Ontbijt op bed, kadootjes, bloemen. Kinderen om zich heen en gezelligheid. Dat was mij met de paplepel ingegoten. Zij was het stralend middelpunt. 

Mijn schoonmoeder had hele andere ideeën. Zij vond dat Moederdag uitgevonden was voor en door de winkeliers. Een commerciële aangelegenheid en te zot voor woorden. Manlief denkt er ook zo over. 

Toen ik veertig jaar geleden, op de vrijdag voor Moederdag, moeder werd, dacht ik: “Yesssssss, ik ben moeder, word dus verwend en krijg iets gezelligs”.

Toen ik een opmerking plaatste met daarin de boodschap, dat ik nu ook moeder was, kreeg ik als antwoord: “Je bent MIJN moeder niet.”

Het maakte de verschillen tussen mijn familie en m’n schoonfamilie pijnlijk duidelijk. 

Nog voor de volgende Moederdag, was mijn eigen moeder overleden......Ik had een kind, maar was niemands kind meer. 

De jaren erna, heb ik mijn schoonmoeder altijd een bloemetje gebracht. Dan was de reactie meestal: ”Die winkeliers hebben maar een goeie eraan.” 

Nu veertig jaar later krijgt mijn schoonmoeder, die inmiddels 99 is, een bloemetje van iemand uit het verzorgingshuis. Ze is er heel blij mee, vertelt ze opgetogen door de telefoon. 

Wij mogen vanwege de Corona, niet komen en dat is ze iedere dag opnieuw vergeten. 

Mijn eigen zoon met vrouw en hond, kwamen 's avonds asperges eten. 
Ik realiseer me, dat het voor mij altijd Moederdag is. 
Mijn kinderen komen bijna dagelijks en dan komen ze in het voorjaar ook iedere week met bossen tulpen of pioenen. 

Met de grote bossen van de kraam langs de kant van de weg ben ik hartstikke blij.

Evenals vroeger met de zelf geknutselde asbakken, fotolijstjes, gekleide handjes en ander soort verwennerijtjes van de kleuterschool en lagere school. Alle werkstukken liggen in een doosje op zolder en ooit zal hij ze vinden. Samen met z’n muziekdoosje, waarvan ik altijd aan het koordje trok voordat hij ging slapen. 

Dan realiseert hij zich wellicht, hoe blij ik er ooit mee was. De verrassingen die door zijn handjes gemaakt waren. Hoe ik het gekoesterd en bewaard heb, totdat hij op een dag mijn huis leeg moest halen….

Maar op Moederdag ben ik vooral dankbaar, blij en trots, omdat hij mij, ZIJN moeder gemaakt heeft. 

Veertig jaar geleden. 

Tijd…als zand door mijn vingers....

Met hoopvolle groet,

Rietje Stelder