dinsdag 15 september 2020

Leuvenum en Uddel

Lieve vrienden, 

 

Vorig jaar was ik samen met manlief enkele dagen in Leuvenum. 

In een wonderschoon hotel op de Veluwe. 

Het hotel ligt verscholen in het bos. De naam is het Roode Koper, gebouwd in 1912 als buitenverblijf van de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. 

 

Met mijn ouders en familie, ging ik daar als kind theedrinken op zondagmiddag. 

 

In de zomer gingen we er op een zonnige dag ook vaak heen. Een chique toestand, herinner ik mij. Met grote houten fauteuils met dikke kussens, op het grasveld in de schaduw van de bomen. 

Thee met cake... heerlijk. 

Ik was in die tijd dikwijls opstandig en baldadig. 

In een klierige bui, kondigde ik in plat Amsterdams, mijn toiletbezoek luidkeels aan. 

De andere dames en heren op het terras waren duidelijk geshockeerd, door mijn taalgebruik. Ik vond het wel leuk. Mijn ouders niet. 

 

We vertrokken terwijl zij het schaamrood op de kaken hadden. 

Dit verhaal vertelden zij dan wel weer in geuren en kleuren op feesten en partijen. Ik wist wel dat ik iets verkeerds gedaan had, maar hoe naar dat was, zag ik pas vorig jaar, toen we daar meerdere nachten verbleven. 

 

Niet dat er geen schreeuwende kinderen waren, integendeel. 

Maar mijn geest was toch volwassen geworden. 

 

Omdat we langer bleven dan gewoonlijk, verkenden wij de buurt met de auto. 

Op de laatste dag, reden we door Uddel. 

Een plaats, gelegen tegen Leuvenum aan. 

Een keurig dorp, met fraaie huizen. De omgeving is ook al zo prachtig. 

 

Tot mijn verbazing zag ik jonge dames fietsen met donkerblauwe plooirokken, grijs pullovertje, zwarte kousen en keurige schoenen. Plotseling waanden we ons in een andere wereld. 

 

We zochten naar Mennorode, een oord waar kennisjes van mij een cursus volgden. Daarvoor reden we een landweg af en het werd steeds landelijker. 

 

Aan het begin van de weg waren jochies aan het stoepranden met een bal. Modern geklede jochies. 

 

Hoe verder we kwamen, hoe keuriger het werd. Een mooie plek, maar voor ons veel te keurig. Wij waren in een andere wereld terecht gekomen. 

Een wereld die niet de onze was. 

 

Terug in het dorp gingen wij een antiekzaak binnen. Achter een gordijn vandaan, stond een dame met een poetsdoek in de hand. Keurig. 

 

Een lange wijde rok, zwarte kousen, zwart jasje en haar lange grijze haar in een losse knot gestoken. Haar eerste ziekenfondsbrilletje deed nog dagelijks dienst. 

 

 

Zij hielp ons keurig en verpakte een zilveren suikerstrooier en een waterkan met zilveren rand in een krant. Tsja, het mocht wat kosten...

 

Mijn aanwinsten zouden niet misstaan op mijn mooi gedekte kersttafel. 

Ze kregen een plekje in huis en tijdens het Kerstdiner kwam de kan op tafel te staan. 

 

Tot hilariteit van de gasten, kwam er bij iedere schenkpoging, een plons water naast de glazen terecht. Ach ja, Uddels water. Uit een keurige kan, met een keurige plons. 

 

Ik hoop er nog lang van te genieten en mijn gedachten terug te laten gaan naar het mooie dorp op de Veluwe. Uddel....grenzend aan het Leuvenumse bos, waarin verborgen voor de buitenwereld een prachtig hotel ligt, waar wij vast nog wel eens teruggaan. 

 

Met hartelijke groet, 

 

Rietje

maandag 14 september 2020

Buitenspelen

Lieve vrienden, 

 

Buitenspelen. 

 

Wie heeft het vroeger niet gedaan. 

Touwtjespringen met een heel lang, dik touw, aan beide kanten een slingeraar en de jongens en meiden in een lange rij erin en aan de andere kant er weer uit. Dubbelen, met z’n tweeën tegelijk. 

Knikkeren en dan niet je mooiste op willen gooien. Ware kunststukjes, die knikkers. Maar de looie detten vond ik mooier. Nog mooier waren de kalkedotten. Gemaakt van gips met een pasteltintje. Dikwijls helemaal afgesleten. 

 

In de knikkertijd had je bijna eelt op je wijsvinger staan van het schuiven over de tegels. Tegen de muur van een huis was de pot gemaakt door met een stokje het zand weg te schrapen. 

 

Tollen was mijn ding niet. Elastieken wel. 

Bok bok berrie. Ach wat een tijd. 

Haasje over. Ik kon dat niet. 

Kaatsballen, tegen de muur. Kaatsebal ik vang je al, van de ene hand in de andere hand….

Verstoppertje, Diefje met verlos. 

Wat hebben we veel buiten gespeeld en wat hadden we een plezier. 

In de winter een lange glijbaan maken op de stoep en dan om de beurt glijden. Zullen, noemden we dat. En dan thuiskomen en met je koude handjes bij de kachel staan, totdat je vingers tintelden. 

Dan maakte m’n moeder een beker chocola met Droste cacao en een schep suiker, tot een papje geroerd met een scheutje koude melk en daar dan hete melk op. En dan die goddelijke vel apart opeten. 

Wat een machtige tijd.

 

De tijd van een stuk Sunlight zeep in een zeepklopper, de kolenkit en de asla. 

De tijd van een schoepen wasmachine en een wringer. De tijd van mattenkloppen en de voddenboer. 

De tijd van Uitjes in de wijnazijn, komkommer een centje maar....

Van hazen en konijnenvellen, Berliner bol, bol, bol... 

De tijd van een citroentje met suiker en de neven, die het duet uit de Parelvissers zongen. 

 

De tijd waarin geluk nog heel gewoon was en ik als klein meisje geen weet had van wat er in ons gezin speelde. 

Een tijd, waarin ik bij mijn vader op de rand van de tafel een beschuitje met boter en suiker at, terwijl vader de krant las. 

Wat zou ik graag nog eens met de blik van nu in de tijd van toen kijken. 

 

Want al denk ik dat het fijn was, het was vast minder fijn dan ik denk. 

Het was nog niet zo lang na de oorlog en wat hadden we nou helemaal. Maar toch…het leven was mooi. 

 

....Tien......wie niet weg is, is gezien!

 

Binnenkomen, eten!!!!!!

 

Met hartelijke groet, 

 

Rietje

 

zondag 13 september 2020

Stuckjes vleesch

Lieve vrienden, 

 

Soms heb ik een discussie over vegetarisch eten. 

 

Je hoort en ziet het steeds meer in je omgeving. 

Manlief en ik eten ook maar één keer in de week vlees, maar als ergens vlees, vis of gevogelte inzit, vinden wij dat helemaal niet erg. Dan smaakt het prima (of niet) maar dan denken we niet dat daar een dier voor gedood is. 

 

Regelmatig maak ik een vegetarische variant op een gerecht, om het bij mij op tafel te zetten. Dat betekent dan, iets met ei of kaas. Veganistisch begin ik niet aan. 

 

Iets met ei, kaas, noten of peulvruchten is prima. 

 

Maar tegenwoordig zie ik dat allerlei vormen van vlees ook in een vegetarische variant te koop zijn. 

Kipstuckjes, een vegaburger, vegetarische knakworstjes, uitgebakken speckjes en noem maar op. Hoezo met ck geschreven? 

Ook nog eens van de vegetarische slager. 

 

Wat zou deze slager slachten? Denk ik dan. 

 

Ik begrijp dit niet zo goed. Echt niet. 

Wanneer iemand vegetariër wordt, begrijp ik dat. Vanwege het slachten van dieren? Ik begrijp het. Persoonlijk maak ik nog geen mug dood. Echt niet. 

Geen vlees eten vanwege gezondheidsproblemen? Ik begrijp het. Want vlees is nou eenmaal moeilijker te verteren. 

 

Daarnet las ik in het aanbiedingen boekje van de grootgrutter, dat er vegetarische balletjes in de bonus zijn. 

Zijn dat corps balletjes, die geen vlees eten en zichzelf aan de man/vrouw willen brengen? 

Wat zit erin? Wat zijn het voor balletjes. Zweedse balletjes? Ik heb geen idee. 

En waarom? Dan krijg ik als antwoord: omdat je dan niet iets anders hoeft te eten dan de rest van de familie. 

Betekent dat dan dat iedereen kipstuckjes moet eten? Echt niet. Voor een vegetariër laat ik het vlees weg en rooster noten voor erbij of doe er een hardgekookt eitje bij. Of lekker gebakken champignons. Want waarom iets serveren dat er hetzelfde uitziet als vlees, terwijl het geen vlees is? Moet ik de champignons malen en er gehaktballetjes van draaien? Ik dacht het niet. 

 

Maar het gekste dat ik zag waren vegetarische kroketten met draadjesvleesch. 

Van Mora. 

Waarom???? Er zijn ook kaaskroketten of bospaddenstoel kroketten. 

Wees eerlijk en laat de naam vlees weg. Het is geen vlees dus noem het dan ook niet zo. Vleesch. 

 

Terwijl de vegetarische frituurproducten het schap uitpuilen, kan ik verlangen naar een garnalenkroket. Met gefrituurde peterselie en citroenmayonaise. 

Heerlijk vind ik dat. 

Ik ken heel veel mensen, die dat ook heerlijk vinden. Maar te koop???? 

 

Niet bij de grootgrutter. 

 

Ik ga zelf maar eens aan de klus. En als ik het goed begrepen heb, is het familierecept onderweg. 

 

Lijkt me heerlijk. Hoeft geen broodje bij. Alleen met peterselie en stipje citroenmayo. Van D&L. De lekkerste. 

 

Met watertandende groet, 

 

Rietje. 

 

 

Herfst

Lieve vrienden,

 

Toen ik voor de deur bij de tandarts uitstapte, kwam de buurvrouw van een paar huizen verderop aan fietsen, met in haar hand een prachtig boeket bloemen. De oranje/ gele herfstbloemen met een fraaie tak rozenbottels erin, brachten direct een glimlach op mijn gezicht. 

 

Hoewel de behandeling bij de tandarts een uur duurde en door de toeters en bellen vanwege de Corona het wat ongemakkelijk was, viel de behandeling op zich, zowel mij als ook de tandarts erg mee. 

 

Ik laat het nooit verdoven en begrijp nog steeds niet waarom mensen dat doen. Normaliter zou ik zeggen: “Even de kiezen op elkaar”. Maar ja, kon niet hè. 

 

Opgewekt keerde ik huiswaarts. 

We besloten even te gaan shoppen, want manlief was aan iets nieuws toe. 

 

De gewonnen behandeling van de acupuncturist heeft me goed gedaan. Ofschoon ik vanmorgen weer achterstevoren aan het bidden was van de pijn, is mijn mindset veranderd. 

 

Dat is mij wel vaker opgevallen. Het lijkt wel of er iets opwekkends in de naaldjes zit. 

Onderweg naar het winkelcentrum zag ik dat mijn favoriete seizoen nu echt in aantocht is. 

 

Hoewel volgens het weerbericht de zomerjurk nog even uit de kast kan, kondigt de herfst zich aan door de boombladeren een prachtige gele, rode of bruine gloed te geven. 

 

Langs de weg staan weer karrevrachten vol pompoenen. Ik hoef ze niet voor de deur, want dan lijkt het net of de groenteman z’n bestelling afgeleverd heeft. 

Maar de kleuren maken me vrolijk. Misschien komt het wel omdat oranje onze nationale kleur is. 

 

De kleuren in de modewinkels zijn ook echt mijn kleuren. Prachtig cognac, camel en roestbruin. Past het beste bij mijn huidskleur (ooooooh, mag ik niet zeggen) en bij mijn ogen. 

 

Na goed geslaagd te zijn, kochten we iets lekkers voor bij de koffie, want er is alweer heerlijke amandelspeculaas. Nog wat heerlijke kaasjes en vleeswaren voor de borrelplank. Ons kostje is weer gekocht voor het weekend. 

Nog een vers stokbroodje erbij en ons maken ze niets meer. 

Straks nog even op pad voor mijn favoriete taartje en we zitten weer goed. 

 

Het leven is mooi. 


Ik denk dat ik zo dadelijk de bloemist maar even bel voor zo een prachtig herfstboeket. Oranje/gele bloemen met een tak rozenbottels erin. 

 

Met hartelijke groet, 

Rietje 

vrijdag 11 september 2020

Bevallen

Lieve vrienden, 

 

Bevallen en opstaan. Zo was het enkele jaren geleden. 

Tegen de tijd dat de kraamzuster kwam, stond de kersverse moeder al onder de douche. Of ze was alweer thuis na een bliksembevalling in het ziekenhuis. 

 

Jaren daarvoor had de bevalling plaats in het ziekenhuis en moesten moeder en kind tien dagen blijven. 

 

In de jaren tachtig had je de vierentwintig uurs bevallingen. Dan moest je met de ambulance naar huis en werd je met brancard en al de trap opgedragen. Toen mocht dat nog. Dan moest je nog twee dagen plat blijven liggen, met een sluitlaken om. Tegen een verzakking, zei men. 

 

Af en toe zie ik in films, dat vrouwen bij de eerste wee, beginnen te gillen en niet ophouden, totdat de kleine eruit is. 

 

Persoonlijk heb ik geloof ik geen kik gegeven. Wel achterstevoren gebeden en op het laatste moment gezegd, dat ik niet meer meedeed. 

 

Maar nu las ik dus net, dat in Zwitserland een man, die naast een kraamkliniek woont, een klacht ingediend heeft over de geluidsoverlast die de gillende vrouwen veroorzaken. 

 

Ach ja, dat zijn de vrouwtjes, van wie de man ook zwanger is en die denken dat een zwangerschap het hoogst haalbare is, dat zij kunnen bereiken. 

 

Dezelfde vrouwtjes, die hun baby naar de crèche brengen en vervolgens gaan shoppen. 

 

De vrouwtjes die met een harde klap van de roze wolk afgedonderd zijn, als de borstvoeding niet lukt en het kindje maar steeds huilt. 

 

En huilbaby’s zijn er hoor. Ik spreek uit ervaring. 

 

Bij mij achter, woont een jong stel met twee kindertjes. 

Toen het zulk prachtig weer was, gingen de sirenes ‘s morgens vroeg aan en om een uur of negen ‘s avonds weer uit. 

 

Soms is dat nou eenmaal zo. 

Ik zal maar geen klacht indienen want we wonen niet in Zwitserland. 

 

De buurman van de kraamkliniek werd door de rechter in het gelijk gesteld. 

Wat de vergoeding was, weet ik niet, maar ik kan me wel iets voorstellen bij de overlast van gillende vrouwen. 

 

Mijn moeder zei altijd:

Kind, je lacht als het erin gaat, maar huilt als het eruit moet. Maar kind er is er nog nooit een blijven zitten, dus die klus moet je klaren. 

En ik ben nog steeds dankbaar dat ik dat veertig jaar geleden gedaan heb. 

 

Met hartelijke groet,

 

Rietje

 

donderdag 10 september 2020

Navigeren

Lieve vrienden, 

 

Opeens realiseer ik me, dat ik nog een verhaaltje uit de duim moet zuigen. 

Dan kan ik er rustig een paar dagen mijn gemak van nemen. 

Hebben jullie dat nou ook, als een weg onverwacht afgesloten is en jouw navigatiesysteem steeds maar zegt, dat je om moet draaien, dat je daar bloednerveus van wordt. 

 

Je gaat ergens voor het eerst heen en hebt echt de navigator nodig. 

Lastig hoor. 

 

Hoe deed ik dat vroeger? 

Ik stopte bij het begin van de plaats van bestemming en keek op het info bord. Ook had ik een stratenboek van de ANWB in de auto. 

Maar het bord bestaat niet meer en het boek is over de datum. 

 

Tsja en dan rijd ik in de polder en heb geen idee. De navigator zegt steeds dat ik rechts aan moet houden, terwijl ik toch duidelijk naar links moet. 

Gelukkig was ik tijdig op de plaats van bestemming. Ik parkeerde mijn auto en wachtte nog even. Toen nog het huis zoeken. Geen huisnummer. 

 

Nou is dat allemaal niet zo erg, als je lekker de pas erin kunt zetten. Maar ik stond hijgend voor de deur. Toen de deur openging moest ik nog naar de eerste verdieping. 

 

Gelukkig was de behandeling, waarvoor ik kwam, zeer aangenaam. Ik had de behandeling als prijs gewonnen. Het leek me echt geweldig. 

 

Ik moet zeggen, dat het niet verkeerd was en het resultaat was voor mij in ieder geval zichtbaar en voelbaar. 

Met een nieuwe afspraak in de agenda liep ik weer naar de auto. 

 

Ik besloot via de mij bekende weg terug naar huis te rijden. 

Het polderweggetje was toch niet prettig,

Het was een smal weggetje met uitwijkhavens, bovenop een dijk. 

Gelukkig was het licht. In het donker was ik beslist in paniek geraakt. 

 

Via de bekende weg reed ik op huis aan. 

Volgende keer zal het goed gaan, dacht ik. Dan weet ik de weg en zal je zien dat de afgesloten weg gewoon weer open is. Maar nee hoor. 

Dat spreekwoord van die ezel en die steen gaat voor mij zeker op. De weg was nog steeds afgesloten en wat denk je? Weer verkeerd gereden. Stom hè? 

 

Nou zijn jullie natuurlijk benieuwd wat voor behandeling ik gewonnen had???

Dat fluister ik nog weleens in jullie oor. Ik was er in ieder geval heel blij mee en het heeft gewerkt. Nu wachten wat de nieuwe behandeling doet. 

 

Met hartelijke groet, 

 

Rietje

woensdag 9 september 2020

Bramen plukken

Lieve vrienden, 

Is het toegestaan om uitgebloeide Hortensiabollen in het openbaar af te knippen en mee te nemen? 

Ik zag die vraag op een bloemschik-site. 

Dan denk ik meteen:
“Natuurlijk niet, troela”. 

Dat zou toch wat zijn, als iedereen bij het langslopen even een bol van de Hortensia afknipt. 
Dan bloeit die struik nooit meer. 

Maar toen ik eens verder keek dan mijn neus lang is en de Googledoos opentrok, las ik toch dingen waar ik me echt over verbaas. 

Wie zocht er nooit kastanjes, beukennootjes, eikeltjes of herfstbladeren in het bos? Om te knutselen, gezellige herfststukjes te maken of gewoon een kastanje in de jaszak tegen de reuma. 

Dat mag niet. 

Bramen plukken? 

Ik zie ons nog gaan met de hele familie. Lege emmer achterop de fiets onder de snelbinder. Met in de emmer kleine plastic bakjes. De zogenaamde “zoekertjes”, waar je de geplukte bramen in verzamelde, voordat je het bakje leeg kieperde in de emmer. 
Het was meestal op een dag, die in eerste instantie frisjes was, maar naarmate die dag vorderde, bloedheet werd. 
Dan trok je de trui uit, het shirtje en zo struikelde je dan in een bramenstruik. 
De striemen op armen en benen en verstrengeld in de takken met doornen. Alle anderen lachen. 

Er was een bepaalde periode waarin het wel mocht. Na 10 augustus geloof ik, maar dat weet ik niet zeker. 

Na het exploderen van een flesje zelfgemaakte bramensap en na jaren tegen de daardoor verpeste vloerbedekking aangekeken te hebben, trekken we er niet meer op uit met emmers en zoekertjes. 

Nu groeien de doornloze bramen naast mijn keukendeur en steek ik op dit moment mijn hand om het hoekje om het dessert te oogsten. Simpel, lekker, maar lang niet zo gezellig. 
Zo gaan vele familietradities verloren. 

Nu mag het dus niet meer. Artikel 314 in het wetboek van strafrecht. 
Stroperij. 

Je gelooft het niet. 
Dan heb ik het al helemaal niet over paddenstoelen plukken en brandnetels, voor de soep. Vlierbloesem voor siroop? 
Mag je niet meer plukken. 

En dat terwijl juist veel mensen wilde peen en ander groen plukken om te eten of een toef voor aan de muur of deur mee te maken. 

Het land van regeltjes. 
Alleen voor het eigen volk. 

Ik eet wel uit mijn eigen tuin of van de groentejuwelier en de slager laat ik graag een paar centen verdienen aan een lekker stukje vlees. 

Toch jammer van al die mooie kastanjes, die nu moeten blijven liggen. 

Misschien, als niemand kijkt, verdwijnt er toch wel één in m’n zak. Of twee.....

Met hartelijke groet, 

Rietje